DEN BOSCH - Het rijk moet zich optimaal inzetten voor een verdiepte ligging van het spoor in Vught. Twee alternatieven zijn weliswaar veel goedkoper, maar ze gaan niet ver genoeg om over een langere periode de leefbaarheid te waarborgen.
Gedeputeerde Staten schrijven dit aan het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Ook vraagt het dagelijks bestuur van de provincie aandacht en vooral meer geld voor de N65 bij Vught en de overweg van de Tongersestraat in Boxtel.
'Niet weloverwogen'
Tussen Meteren en Vught gaan vanaf 2020 flink meer treinen rijden, omdat intercity's zesmaal per uur gaan rijden en er een afslag komt vanaf de Betuwelijn. In 2020 doorkruisen per dag vierhonderd treinen Vught. De rijksoverheid heeft voor de problemen in Vught 150 euro miljoen
beschikbaar. De verdiepte ligging kost grofweg 300 tot 600 miljoen euro.
Volgens de provinciebestuurders worden ook ‘landelijke middelen voor wat betreft Boxtel niet op een weloverwogen manier verdeeld’. Het provinciebestuur vindt dat het rijk zelf geld moet uittrekken voor de aanleg van twee ongelijkvloerse kruisingen. Op de overweg kruisen de routes Den Bosch-Eindhoven en Tilburg-Eindhoven elkaar.
Serieuze knelpunten
GS maken in hun brief duidelijk dat de spoorplannen in het Programma Hoogfrequent Spoor tot serieuze knelpunten gaan leiden in de omgeving van Den Bosch, Haaren, Boxtel en Vught. De problemen gaan zich voordoen op gebieden als geluid, veiligheid en milieu als gevolg van een forse toename van het treinverkeer vanaf 2020.
Minister Melanie Schultz van Haegen stelt als voorwaarde voor een verdiept spoor bij Vught overigens een financiële bijdrage uit de regio. In een zienswijze die aan haar is gestuurd, zegt de provincie hier niets over.
GS opperen wel een internationaal onderzoek te beginnen naar welke bouwonderneming het verdiepte spoor tegen lagere kosten kan maken.