CUIJK - Minister Melanie Schultz van Haegen wil zich nog niet uitlaten over een dubbelspoor met elektrificatie op de Maaslijn. Dit is de spoorverbinding door onder meer het Land van Cuijk.
Volgens de bewindsvrouw zijn er geen investeringen gepland en moeten eerst de voor- en nadelen worden onderzocht. Ze schrijft dit aan de Tweede Kamer. Ook heeft ze laten weten dat ze binnenkort aan tafel gaat met de betrokken overheden.
Wethouders reizen over Maaslijn
De wethouders Arthur Baudet van Cuijk en Erik Ronnes van Boxmeer reisden maandag over het traject om aandacht te vragen voor de drukte op de Maaslijn. Ze deden dit op uitnodiging van de Limburgse provinciebestuurder Patrick van der Broeck.
De Maaslijn ligt tussen Nijmegen en het Limburgse Roermond. Het Limburgse provinciebestuur pleit al langer voor het elektrisch maken van het spoor. Op de Maaslijn, waar nu enkelspoor ligt, is het vooral in de ochtendspits bij Cuijk erg druk. De Socialistische Partij heeft ook al enkele keren actie gevoerd voor verbeteringen op het traject.
Snel extra treinen?
De wethouders Baudet en Ronnes hopen dat er op korte termijn al extra treinen kunnen worden ingezet. En anders wanneer, vanaf 2016, een nieuwe concessie wordt verleend.
De bestuurders uit Cuijk en Boxmeer zijn overigens te spreken over de houding van Veolia, dat de treinverbinding verzorgt. Volgens hen ligt de bal vooral bij de provincies Brabant, Limburg en Gelderland en de Stadsregio Arnhem Nijmegen en zullen ze er alles aan doen om hun strijd te ondersteunen. De provincie Brabant hoopt dat op korte termijn 'goedkope en eenvoudige maatregelen' mogelijk zijn, zo meldt een woordvoerster.
Onderzoek naar hogere snelheid
Minister Schultz van Haegen refereerde in een brief aan de Tweede Kamer aan meer Brabantse spoorkwesties. Parlementariërs hadden hierover vragen gesteld. De bewindsvrouw maakte duidelijk dat Boxtel-Eindhoven één van de acht trajecten is waar onderzocht wordt of er 160 kilometer per uur kan worden gereden. Dit kan al tussen Helmond en Sevenum.
Ze voegt er wel aan toe dat “een gemiddelde systeemsnelheid van 160 kilometer per uur een ambitie is die niet in te vullen is in een dichtbevolkt gebied waar relatief veel stops op korte afstanden gewenst zijn.”
Hoge kosten
De bewindsvrouw was ook de vraag voorgelegd of ze bereid is om de maximumsnelheid stapsgewijs te verhogen naar 200 kilometer per uur op onder meer het traject tussen de Randstad, Brabant en Limburg. Ook bij dit onderwerp hield Schultz van Haegen vooral vanwege de hoge kosten een slag om de arm.
Schultz liet verder, niet voor het eerst, weten dat de spoorlijn Breda - Utrecht niet als belangrijk project wordt beoordeeld. “Uit eerder onderzoek blijkt dat de aanleg van deze spoorlijn geen positieve kosten-baten uitslag kent”, aldus de minister.