Vervolging Johan van Laarhoven in Thailand wel degelijk op verzoek van Nederlandse justitie

THAILAND/EINDHOVEN - De Nederlandse justitie heeft met een speciale brief wel degelijk om de vervolging van Johan van Laarhoven in Thailand gevraagd. Dat blijkt uit een reconstructie van Omroep Brabant die maandagavond wordt uitgezonden in programma Het Beste van Brabant. Justitie heeft altijd ontkend dat zij betrokken was bij de arrestatie van Van Laarhoven in Thailand.

Tilburger Johan van Laarhoven zit sinds 23 juli 2014 vast in een cel in Thailand. De omstandigheden waarin hij bivakkeert zijn erbarmelijk, zo gaf de Tilburger al eerder aan bij Omroep Brabant. Van Laarhoven is de oprichter van coffeeshopketen The Grass Company en wordt in Nederland verdacht van het witwassen van twintig miljoen euro.

Al ruim vier jaar doet het OM in Breda onderzoek naar de coffeeshopketen. De afgelopen jaren leidde dit al tot verschillende invallen in Den Bosch en Tilburg. Maar tot een veroordeling in dit uitgebreide onderzoek naar de misstanden binnen de coffeeshopketen is het nog altijd niet gekomen.

Belastende brief naar Thailand
Van Laarhoven verkocht een paar jaar geleden al zijn aandelen in The Grass Company. Lichamelijk en geestelijk moe van het runnen van de coffeeshops verhuisde hij in 2008 naar Thailand.

Toch begon Nederland een witwasonderzoek naar hem, en om die reden moest Nederland de hulp inroepen van de Thaise justitie. Dit gebeurde via een uitgebreid rechtshulpverzoek. Met dit verzoek, verzocht Nederland de Thai om inzicht te geven in verschillende bankrekeningen en bezittingen van Johan van Laarhoven.

Verklaringen uit Bangkok
Maar uit verklaringen van een Nederlandse justitieambtenaar tijdens de rechtszaak in Thailand, bleek dat er kort na dit rechtshulpverzoek ook een belastende brief naar de Thaise autoriteiten is gestuurd, met de suggestie erin dat Thailand zelf een onderzoek moest starten.

De Nederlandse justitie ambtenaar verklaarde in de rechtbank in Bangkok dat hij deze brief in opdracht van de Nederlandse zaaksofficier had geschreven. Later is de inhoud van deze brief ook weer goedgekeurd door deze zaaksofficier. In een toelichting werd er door de justitieambtenaar, voor de Thaise rechter aangegeven dat er om een onbekende reden haast was in het Nederlandse onderzoek. “De details van het Nederlandse onderzoek ken ik namelijk ook niet”, zo verklaarde hij.

Altijd ontkend
De brief die is geschreven op 14 juli 2014 is in handen van Omroep Brabant. En in de brief wordt dus wel degelijk om de vervolging van Johan van Laarhoven gevraagd. Iets wat altijd ontkend is door bijvoorbeeld hoofdofficier Charles van der Voort. Hij gaf eerder bij Omroep Brabant aan dat de Thai zelf een onderzoek zijn gestart en daarom Van Laarhoven hebben opgepakt.

De advocaat van Johan van Laarhoven, Gerard Spong, is woedend over het handelen van de Nederlandse justitie. Hij vindt dat justitie met deze ‘lullige brief’ de situatie onnodig heeft opgeklopt. “Met de Nederlandse justitie hadden wij afgesproken dat als justitie vragen zou hebben aan Van Laarhoven, dat hij binnen vijf dagen in Nederland zou zijn. Een afspraak die justitie dus nooit nakwam.”

Gerard Spong heeft ook de voorzitter van het College van procureurs-generaal, Herman Bolhaar, gevraagd om de verantwoordelijke officier van justitie tot de orde te roepen. "De Nederlandse officier van justitie bemoeit zich ongevraagd met een zaak die voor een Thaise rechtbank dient." Volgens Spong misbruikt de officier van justitie het Nederlandse gedoogbeleid om een vastgelopen onderzoek te redden.

Geen reactie OM Breda
Het Openbaar Ministerie wil lopende het onderzoek niet meer reageren op de eerdere uitspraken van de hoofdofficier. Ook een extra toelichting op de verstuurde brief wordt niet gegeven, buiten het feit dat het versturen van de brief niet onrechtmatig is.

print corrigeer
Publicatie: maandag 27 juli 2015 - 12:06
Auteur: Emile Vaessen & Joris Gerritsen