Slecht bestemmingsplan kost ondernemer die wil uitbreiden jaren en tonnen

SOMEREN - Een ondernemer op het platteland die wil uitbreiden, moet rekenen op járen vertraging en zeer hoge kosten. Het duurt namelijk eindeloos voordat een gemeentelijk bestemmingsplan af is en vaak wordt het dan ook nog eens afgekeurd omdat in de tussentijd regels veranderd zijn.

Uit een inventarisatie van Omroep Brabant blijkt dat vorig jaar in vier op de vijf Brabantse zaken, bestemmingsplannen moeten worden aangepast of zelfs opnieuw gemaakt. Dit jaar kregen Breda en Hilvarenbeek al te horen van de Raad van State dat hun plannen (voor huisvesting arbeidsmigranten en een megastal) niet deugden.
 
Twintig jaar procederen
Vaak moet de ondernemer een advocaat inschakelen of dure onderzoeken laten doen. Twan Engelen uit Someren is zo'n balende ondernemer. Hij is al sinds 1996 bezig om een duurzaam pluimveebedrijf op te starten. Daarvoor moest het bestemmingsplan van de gemeente  die wel wilde meewerken - worden aangepast.
 
Dat ruimtelijke plan kwam na vele jaren rond in 2006, nadat uitvoerig was getoetst of Engelens voornemen voldeed aan wetten en regels. Maar anderen protesteerden en gingen naar de Raad van State, het hoogste orgaan voor bestuursrechtzaken.
 
Tot twee keer toe zei de Raad van State dat het plan niet deugde. Engelen: "De regels waren veranderd. In 2006 was er nog geen milieueffectrapportage nodig, een jaar later wel." Er kwam een nieuwe versie van het plan. Opnieuw boog de Raad van State zich daarover. Nu was de milieueffectrapportage op orde, maar was het onderdeel geurhinder' onvoldoende. Opnieuw waren wetten en regels veranderd.
 
Kosten: 300.000 euro
"Door al die veranderingen heb ik in tien jaar tijd bijna 50 onderzoeken moeten laten doen", vertelt de pluimveehouder. Een deel van zijn stallen staat nog steeds leeg. Inmiddels heeft de kwestie hem al 180.000 euro gekost. Hij verwacht dat dit oploopt tot drie ton vanwege onder meer bijkomende kosten voor juridische bijstand. "Eigenlijk kan ik die tonnen alleen maar terugverdienen door meer kippen te gaan houden. Maar de politiek wil de intensieve veeteelt juist beteugelen."
 
Niet alleen Engelen, ook de Somerense wethouder Leon van de Moosdijk baalt. En schaamt zich. "Regels veranderen en wij zijn als gemeente daarbij te langzaam." Hij schetst de situatie: de ondernemer wil zijn stallen met het nieuwste van het nieuwste bouwen en vraagt daar een vergunning voor aan. Een ander protesteert, waardoor de zaak naar de Raad van State moet.
 
"En dan zijn we zo anderhalf jaar verder. Tegen die tijd zijn is dat systeem dat hij toen wilde, verouderd en zijn er al nieuwe systemen waarvan hij gebruik wil maken."
 
Vorig jaar bogen de rechters van de Raad van State zich over 33 van dit soort Brabantse conflicten. En dat is nog lang niet alles, want een deel van de ruzies wordt op een andere juridische manier of bestuurlijk uitgevochten.
 
In 26 gevallen moesten gemeenten opnieuw aan het werk nadat protesterende buren of milieuclubs naar de Raad van State waren gestapt. De zaken gingen doorgaans over uitbreiding van stallen, huisvesting van seizoenswerkers of van een pand een woning maken.
 
'Te veel regels'
Advocaat Joost de Rooij uit Tilburg  is gespecialiseerd in agrarisch recht. Hij snapt wel waarom gemeenten hun huiswerk zo vaak moeten overdoen. Bestemmingsplannen voor het buitengebied zijn erg ingewikkeld.
 
En er zijn veel wetten waarmee een gemeente rekening moet houden:

  • de natuurwet
  • de wet geurhinder en veehouderij,
  • de wet ammoniak emissie veehouderijen
  • de wet milieubeheer
  • de waterwet
Daarom besteden veel gemeenten het werk uit aan specialistische bureaus, maar die lopen vaak achter de feiten aan. Voor een plan door de ambtelijke molen is en de gemeenteraad akkoord, zijn er al weer nieuwe regels. De Rooij: "Het is voor een gemeente bijna onmogelijk om het tot aan de Raad van State foutloos te doen."

print corrigeer
Publicatie: zondag 12 maart 2017 - 11:00
Auteur: Ineke Inklaar