Vruchtbaarheidskliniek in Elsendorp kocht zaad van kliniek sjoemelende spermadokter Karbaat

ELSENDORP - Vruchtbaarheidskliniek Geertgen in Elsendorp heeft jarenlang intensief samengewerkt met de spermakliniek van de omstreden 'spermadokter' Jan Karbaat. Geertgen kocht rietjes met ingevroren zaad van de kliniek van Karbaat.

Karbaat was ook voorzitter van de kliniek in Elsendorp. Karbaat is in opspraak omdat hij zijn eigen zaad gebruikte voor inseminatie en daardoor vader is van minstens 19 donorkinderen. 

Arts Henk Ruis van Geertgen werkte zo'n drie jaar samen met Karbaat. De artsen wisselden geregeld informatie uit over behandelingen en nieuwe ontwikkelingen in hun vakgebied.
 
Zaad van Karbaat?
Vrouwenarts Ruis uit Gemert startte begin jaren tachtig met zijn vruchtbaarheidsbehandelingen in kliniek Geertgen. "Karbaat was toen landelijk distributeur van rietjes met ingevroren zaad. Ik heb een tijdje materiaal van hem afgenomen. In theorie kan daar zaad van hemzelf in gezeten hebben, maar ik heb geen reden om aan te nemen dat dit zo was." Donoren waren toen nog schaars. 

Bij Fiom, organisatie voor hulp bij vragen over afstamming, komen de laatste dagen veel vragen binnen van donorkinderen die willen weten of ze een kind van Karbaat zijn. In eerste instantie waren dat vooral mensen die 'gemaakt' waren in Karbaats eigen kliniek. Maar inmiddels zijn er anderen die elders zijn verwekt, die ook vermoeden dat ze ook van arts afstammen.
 
'Karbaat was een geestverwant'
Dat die arts nu ‘afgefakkeld’ wordt, vindt Ruis onterecht. "Je moet het in de tijd zien, ik sta nog steeds achter hem. Hij was een vrijdenker en begon met vruchtbaarheidsbehandelingen in een tijd dat die taboe waren. Karbaat was een voorloper; hij moest alles zelf uitvinden. Pionieren. Met zijn kliniek heeft hij veel goed werk verricht. Hij behandelde alleenstaande vrouwen toen niemand dat deed. Dat krijgt nu geen aandacht. Volgens mij was hij integer."

De Brabantse arts noemt Karbaat, die in april overleed, een geestverwant. "Hij heeft met het doneren van zijn eigen zaad goede bedoelingen gehad. Toen werkte je niet, zoals nu met rietjes met ingevroren sperma, maar met vers zaad. De patiënte kreeg zaad ingebracht dat vlak daarvoor geproduceerd was."

Logistieke problemen
Die ouderwetse werkwijze leverde volgens Ruis 'gigantische logistieke problemen' op. "Er waren weinig donoren in die tijd. En je moest als arts - als die afspraak met die ene mevrouw gemaakt was op het tijdstip rond de eisprong - maar net vers zaad voor handen hebben."

Hij denkt dat Karbaat het sneu vond om zo’n vrouw - sommigen kwamen zelfs uit Duitsland - onverrichterzake naar huis te sturen. "Het lijken mij noodsprongen bij het ontbreken van een donor. Bovendien: het gaat om een twintig kinderen op een totaal van zoveel-duizend." 

Ruis wist niet dat Karbaat zijn eigen zaad gebruikte, bezweert hij. "Dan zou ik gezegd hebben: dit kan toch niet de bedoeling zijn."

Zaadcel voor eicel
De praktijken van de Brabantse arts en de Geertgen-kliniek waren zelf ook omstreden en leidden tot Kamervragen: de kliniek gaf vrouwen die eicellen doneerden voorrang bij de behandeling. Ruis noemde dit het principe van wederkerigheid: een zaadcel voor een eicel. De kliniek van Ruis ging in 2014 failliet. De Geertgen-kliniek maakte daarna een doorstart met nieuwe eigenaren.

Een donorkind dat zich afvraagt of hij/zij van Karbaat afstamt, kan contact opnemen met de met Fiom voor een DNA-verwantschapsonderzoek. Zo’n test kost 250 euro.

print corrigeer
Publicatie: dinsdag 6 juni 2017 - 17:26
Auteur: Ineke Inklaar