20 kleine escape roompjes moeten kinderen enthousiast maken voor de bouw

EINDHOVEN - “Fantastisch, ik vind het leuk om dingen op te lossen.” Ruben, Menno en Jim zijn superfanatiek bezig om uit Scapetown te ontsnappen. De enorme escaperoom in Eindhoven is maandag open gegaan voor scholieren.

Scapetown is een ‘stad’ met 20 huisjes, zogenaamde tiny houses. Die zijn gebouwd door 20 opleidingsbedrijven in de bouwsector. Samen vormen ze een zaal vol escaperooms in het Klokgebouw in Eindhoven.

LEES OOK: Dit houten mini-huisje wordt een escape room als 'ie later groot is

'Spannend avontuur'

Intussen is Djim druk bezig met een stapel kartonnen bouwblokken. “Het valt niet mee. Ik moet aan de zijkant van de toren cijfers zien te vinden.” Leuk? “Ja, want we hebben nu geen les.”

De drie jongens vinden Scapetown supertof om te doen. Maar er zit ook een doel achter. “We willen kinderen meenemen in een spannend avontuur om ze zo te laten ontdekken dat bouwen heel leuk is”, vertelt Hugo Vrijdag van Scapetown. “We willen kinderen weer naar de werkplaatsen lokken.”

'Mooi om te bouwen'
De ontsnappingsstad is dus gebouwd om jongeren enthousiast te maken voor het echt handwerk. Maar of dit ook zo opgepakt wordt bij alle leerlingen is nog maar de vraag. “Nee, de bouw wil ik niet in”, zegt Ruben. “Ik wil iets doen met sport.”

Toch zijn er ook echt bouwfans opgestaan in Scapetown. In andere huisjes zijn Zjivago en Rens bezig. “Als ik hier aan kon werken, dan had ik het gedaan”, zegt Zjivago. Rens: “Het is mooi om te bouwen.” Is hij ook handig? “Ja wel hoor. Ik maak soms zelf dartboards of tafels. Ik wil wel de bouw in."

LEES OOK: Stad vol escape rooms ‘Scapetown’ in Eindhoven hopelijk voor iedereen toegankelijk

Niet open voor publiek
De komende twee weken mogen zo’n 2000 leerlingen uit het voortgezet onderwijs proberen te ontsnappen uit Scapetown. Toen het nieuws van de grote escaperoom bekend werd, wilde veel mensen hem ook proberen. De organisatie wilde kijken of dit mogelijk was, maar dat zit er niet in, zegt Hugo Vrijdag. “Misschien dat we dat volgend jaar wel doen.”

print corrigeer
Publicatie: maandag 12 juni 2017 - 15:25
Auteur: Jos Verkuijlen