Privédetectives krijgen het steeds drukker, wij liepen een dagje mee

EINDHOVEN - Het is goed boeren voor privédetectives. Mensen kiezen voor een recherchebureau als een aangifte bij de politie blijft liggen. Voor flink wat geld worden zaken via de zogenoemde privé-opsporing opgelost. Maar als het tot een rechtszaak komt, ben je misschien beter af met bewijsmiddelen van de politie.



“De politie kan het aantal aangiften en dan zeker die van persoonlijke aard zoals stalking en loverboys niet meer verwerken”, zegt Mario Jansen van het Brabants Recherchebureau. “Maar ook kleinschalige diefstal bij ondernemingen en fraude komen bij ons terecht.”

Logisch, vindt Jansen, want de politie heeft alle handen nodig om de grote criminaliteit binnen de perken te houden en op te lossen. “Maar dat neemt niet weg dat ouders die ongerust zijn over hun kinderen, of mensen die ernstig worden lastig gevallen, dan automatisch maar op een dood spoor terecht moeten komen.”

Met afluistermateriaal, gps-trackers en een surveillancewagen gaat Jansen regelmatig op pad. Een voorbeeld van één van zijn zaken: bij een horecabedrijf bleek opeens elke dag 150 euro meer in de fooienpot te zitten toen één van de medewerkers op vakantie was. Aan Jansen de taak om uit te zoeken of de bewuste medewerker geld stal.

Fel tegenstander
De hulp van een privédetective is niet voor iedereen weggelegd: een zaak kost al snel duizenden euro’s. Toch heeft Jansen het ontzettend druk. Dat komt ook omdat veel bedrijven liever iets in stilte oplossen of geen strafzaak willen, zegt criminoloog Cyrille Fijnaut. “Organisaties willen hun reputatie beschermen en huren daarom een privédetective in plaats van naar de politie te stappen.”

Een slechte zaak vindt Fijnaut, die fel tegenstander van privé-opsporing is. De bureaus zoeken volgens de wetenschapper onder meer de randen van de wet op. “Deze bureaus zijn een bedreiging voor de privacy. Bovendien zijn de verkregen bewijzen niet meer waard dan de verklaring van een gewone burger”, aldus de criminoloog.

Perspectief
Persrechter Lieneke de Klerk van de rechtbank in Den Bosch ziet bewijsmiddelen verkregen vanuit privé-opsporing regelmatig langskomen. Die bewijzen zijn volgens haar zeker wél wat waard maar niet in alle gevallen worden rapportages van privédetectives meegenomen in een uitspraak.

Volgens De Klerk zijn bewijsmiddelen van de politie in sommige gevallen sterker omdat die zijn opgedaan onder ambtseed. “Daar hechten wij als rechters veel waarde aan.”

“Een recherchebureau heeft vaak een ander perspectief, vooral als ze door een bedrijf zijn ingehuurd”, zegt De Klerk. “Dan loop je het risico dat bepaalde waarborgen die je bij een politieonderzoek wel hebt niet in acht worden genomen door een privédetective.”

Een rapport van de politie zou bovendien ook eerlijker zijn. De verdediging heeft na het aandragen van het rapport nog het recht om zogenoemde onderzoekswensen in te dienen. “Bijvoorbeeld een verdachte nog een keer ondervragen, met een advocaat erbij.”

Samenwerking
De politie Oost-Brabant laat weten dat mensen vrij zijn om een recherchebureau in te schakelen. “Het komt regelmatig voor dat we goed samenwerken met recherchebureaus en dat leidt niet zelden tot aanhoudingen van verdachten”, aldus woordvoerder Bart Vaessen.

De politie dringt er verder op aan om toch altijd aangifte te doen. “Ook al zijn er wellicht geen opsporingsindicaties en kan er geen strafrechtelijk vervolg worden gegeven aan een aangifte; een goed beeld van de criminaliteit kan ook van groot belang zijn voor het stellen van prioriteiten en voor preventieve maatregelen”, zegt Vaessen.

print corrigeer
Publicatie: zondag 6 augustus 2017 - 11:00
Auteur: Frances Vermeeren | Tom van den Oetelaar