Thalita de Jong wil 2017 snel vergeten: meer patiënt dan kampioen.

OSSENDRECHT - Het jaar 2017 is nog niet voorbij, maar voor Thalita de Jong is het nu al een jaar om snel te vergeten. Wat had de veldrijdster uit Ossendrecht graag de goede lijn van het seizoen 2016-2017 willen doortrekken. Toen werd ze Nederlands en Europees kampioen en veroverde ze de regenboogtrui.

Materiaalpech en een valpartij kan iedereen overkomen, maar van de vaak onverklaarbare lichamelijke klachten die haar sinds het voorjaar parten spelen, krijgt De Jong onderhand een punthoofd.
 
'Frustrerend en verschrikkelijk'
"Het is voor veel mensen niet te beseffen hoe frustrerend het is wanneer je iets niet kunt doen wat je zo graag doet. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor mij als fietsliefhebber, maar ook voor ieder ander. Niet kunnen doen wat je graag doet is verschrikkelijk!"
 
De Jong lijkt maar niet uit de lappenmand te kunnen komen. Elke wedstrijd waaraan ze in deze fase van haar loopbaan kan deelnemen, is meegenomen. Haar voorlopig laatste optreden dateert van 10 september. “Dat was de Madrid Challenge by La Vuelta. Die wedstrijd reed ik voor het team. Hiervoor deed ik mee aan de Holland Ladies Tour en de Lotto Belgium Tour. Daarna ben ik meteen doorgevlogen naar Spanje."


'Gereden voor team en sponsoren'
“Ik had mezelf tijdens die twee aansluitende meerdaagse wedstrijden helemaal leeggereden en was dus eigenlijk niet veel waard", blikt de Ossendrechtse terug. "Ondanks rug- en beenklachten besloot ik om gewoon aan te vallen in de hoop dat we met een groepje voorop kwamen. Dit zou voor mij gemakkelijker zijn dan constant te moeten vechten voor een plek voor in het peloton, ook gezien het bochtige parcours."

Helaas wilde niemand meewerken aan het vormen van een kopgroep en werd het uiteindelijk een massasprint. "Maar ik heb mij getoond aan het publiek en de sponsoren in beeld gebracht, dat was voor mij op dat moment het belangrijkste."

Zelfs pijn op vakantie
Vervolgens ging ze met haar vriend op vakantie, om de accu op te laden, maar zelfs onder zonnige omstandigheden zat het haar niet mee. Tijdens een rondje hardlopen traden er enorme verkrampingen op in haar benen. De pijn was zelfs zo hevig dat ze een halve dag op bed moest blijven liggen.

Een doorsnee wielrenner of –wielrenster legt elk jaar de nodige kilometers af om zich in wedstrijden te kunnen meten. De bijna 24-jarige Thalita zit ook vaak in de auto, maar ze bezoekt vooral ziekenhuizen, sportartsen, osteopaten en fysiotherapeuten. Intussen weet ze nóg niet wat er daadwerkelijk aan de hand is. In juni bleek wel dat onder meer een aantal ruggenwervels geblokkeerd was en dat er veel spanning op haar bovenlijf stond; twee maanden later leek ze weer terug bij af.

Hulp van vriend en anderen
Veel pijn - met name van binnen - en weinig slapen, je zou er bijna moedeloos van worden. Een mri-scan, bekeken door vier artsen, heeft wel wat informatie opgeleverd, maar een sluitende verklaring voor de uitval in haar benen blijft uit. Vandaar dat Thalita nu haar heil zoekt bij een vaatspecialist. Intussen wordt ze door tal van personen begeleid, onder wie haar vriend.

"Hij helpt me zodanig dat ik rust in mijn hoofd krijg. Als je mensen om je heen hebt die je steunen en die in jouw comeback geloven, dan geeft dat toch een bepaalde motiverende energie."

'Niemand houdt me tegen'
De vraag is nu of ze dit jaar nog aan fietsen toekomt of pas volgend jaar, wanneer ze zich meldt bij haar nieuwe ploeg, Experza-Footlogix Ladies Cycling Team.

"Veel mensen willen dit van me weten, maar op dit moment is dit moeilijk te bepalen. Uiteraard hoop ik dit seizoen te kunnen crossen. Of dat er dit jaar nog van komt of dat dit pas in januari haalbaar is, moeten we allemaal afwachten. Het doel is nu eerst de oorzaak vinden van het probleem, waar we dus volop mee bezig zijn, terug fit worden, veel energie krijgen en weer rustig aan opbouwen. Dagelijks evalueren hoort hier ook bij. Het zullen nog lastige weken zijn in het begin, maar wanneer ik eenmaal vertrokken ben, dan houdt niemand mij meer tegen."

print corrigeer
Publicatie: zaterdag 21 oktober 2017 - 11:05
Auteur: Hans Janssen