Hoe 'Klokken Peter' binnen zes maanden de helft van de Nederlandse kerkklokken wegroofde

ASTEN - 'Klokken Peter' was een overtuigde nazi en de Limburger had eind 1942 maar één missie: zoveel mogelijk kerkklokken naar Duitsland brengen. In zes maanden tijd verloor Nederland de helft van haar kerkklokken. Het koper en het tin werd omgesmolten in Hamburg om te worden gebruikt voor oorlogstuig. Het museum Klok en Peel in Asten opent donderdag een tentoonstelling over deze grootschalige klokkenroof.

Midden in de tentoonstelling hangt een klein klokje. Op de achterkant een swastika met een wolfsangel. Het is een cadeautje van de NSB aan Peter Meulenberg uit Venlo voor bewezen diensten. 'Klokken Peter' bood zichzelf aan om kerkklokken in te zamelen. "Klokken strijden mee voor een nieuw Europa", zo valt er op het klokje te lezen. "Een Europa overheerst door het naziregime, het is er gelukkig niet van gekomen," zegt Rainer Schütte, conservator van het museum.



Georganiseerde operatie
Het roven van kerkklokken om er oorlogstuig van te maken is van alle tijden. "Ook in de Napoleontische tijd en in de Eerste Wereldoorlog", zegt Piet Snijders. Hij deed voor het museum veel research voor de tentoonstelling. "In de Tweede Wereldoorlog werd het een georganiseerde operatie. De Nederlandse overheid had de klokken al geregistreerd. Met als idee om ze zelf om te smelten, mocht het nodig zijn", zegt Snijders. De Duitsers maakten handig gebruik van dat registratiesysteem.

En 'Klokken Peter' haalde binnen zes maanden 6700 van de 9000 klokken uit de Nederlandse kerktorens. Tweederde van die klokken is uiteindelijk omgesmolten. Daarbij is veel historisch waardevol materiaal verloren gegaan. Maar er zijn ook klokken teruggevonden uit oorlogstijd. De oudste klok staat aan het begin van de tentoonstelling. Bijna 700 jaar oud is ze. "Zij is 500 jaar geleden begraven, wij vermoeden ook om te voorkomen dat ze geroofd zou worden. In 1954 is ze in Heusden weer gevonden", zegt Rainer Schütte.

Kleine daden van verzet
Ook in de Tweede Wereldoorlog werden klokken begraven om ze uit handen van de Duitsers te houden. "Het waren echt kleine daden van verzet", zegt Piet Snijders. "Zo werden drie klokken van klokkenhandelaar Eijsbouts uit Asten begraven. De transporteur bracht ze midden in de nacht naar zijn tuin, groef ze in en zette er bloemetjes op", grinnikt Snijders.

Maar het gemis van de kerkklokken was duidelijk merkbaar. Een stilte daalde neer in Brabant. In elke dorp mocht één klok achterblijven om alarm te kunnen slaan. En monumentale klokken mochten ook nog even blijven hangen. "Hoewel dat ook wel fout ging", zegt Snijders. "Zo werd de monumentale klok van Asten gewoon meegenomen, gelukkig is deze na de oorlog wel teruggekomen." Maar vanaf 1943 moest de Brabander dus improviseren. Dat gebeurde vooral door met hamers op melkbussen te slaan. Zo werd er toch nog op tijd gebeden in de provincie. En 'Klokken Peter'? Die moest na de oorlog voor de rechter verschijnen en werd veroordeeld voor de klokkenroof.


print corrigeer
Publicatie: donderdag 7 december 2017 - 13:11
Gewijzigd: vrijdag 8 december 2017 - 09:32
Auteur: Alice van der Plas