Groot tekort aan broodbakkers: ‘Jongeren zijn luier en denken dat ze ’s nachts moeten werken’

WAALWIJK - Jongeren willen geen brood meer bakken. "Wij zijn al maanden aan het adverteren via allerlei kanalen. Er komt niet één persoon op af, niet één!", vertelt bakker Hans van Beijnen uit Waalwijk. Broodbakkers maken veel uren en werken ook 's nachts. Dat lijken veel jongeren te denken.

Maar dat geldt niet voor Jesse van Drunen (18). Hij loopt stage bij Van Beijnen en volgt de opleiding Brood & Banket aan het Cingel College in Breda. “Het mooie aan brood bakken is dat je met je handen bezig bent en je echt iets doet voor mensen.”

Komt niet vanzelf
Jongeren zijn tegenwoordig luier vindt Jesse. “Ikzelf ook. Ze denken dat het allemaal vanzelf gaat en willen niet veel uren maken. En soms ’s nachts werken vinden ze niet leuk.”

Eén van Jesses docenten, Hans Elbers, merkt ook dat de interesse van nieuwe studenten vaker uit gaat naar banket dan naar brood. “Dat komt ook door programma’s als Heel Holland Bakt.” Maar het zijn de bakkerijen die de gevolgen van deze desinteresse terugzien.


'Laatste vakantie was 16 jaar geleden'
Eigenlijk wilde de 66-jarige Van Beijnen dit jaar met pensioen gaan, maar dat zit er niet in. Zijn complete bakkerij inclusief drie winkels staat te koop. Maar net als het vinden van geschikt personeel, is ook het vinden van een koper lastig. “De bakker die het koopt, zal ook mensen moeten vinden. Het is een lastig parket waar ik in zit.”

Dat geldt ook voor de 60-jarige Janny Croonen. Ze heeft twee bakkerijen, in Wouw en Roosendaal. “Ik werk van ’s nachts twee uur tot ’s avonds half zeven. Zo gaat dat zes dagen per week door.” De onderneemster heeft al zeker tien jaar geen vakantie meer gehad. “Mijn laatste vakantie was toen ik trouwde, zestien jaar geleden.”

Personeel wegkopen bij de concurrent
Om aan genoeg personeel te komen, proberen bakkers van alles. En dat gaat niet altijd op een nette manier vertelt van Beijnen. “Er zijn bakkers bij die mensen wegkopen bij de concurrent. Dat een medewerker zegt: ‘Ik kan daar gaan werken, dan krijg ik tweehonderd euro per maand meer betaald’.”

Een baas moet hem dan hetzelfde bieden want anders zegt ‘ie 'ik ben ik weg'. Als daarna de volgende komt, dan blijf je bezig. Ik ga daar niet aan meedoen. Maar er zal toch een productie gedraaid moeten worden.”


“Als je daar eenmaal mee begint, houdt het niet meer op”, denkt Croonen. "Het moet wel rendabel blijven. Het brood moet ook betaalbaar blijven, anders trekken er nog meer klanten naar de supermarkt.”

‘Word je ziek dan is het pech’
En wat als het tekort steeds groter wordt? “Daar ga je niet bij stilstaan. De enige optie die ik heb, is doorgaan tot m’n achtenzestigste. We blijven er nuchter onder en gaan gewoon door. Word je ziek, dan is het pech. Dan is het overmacht. Zo simpel is het.”

 

print corrigeer
Publicatie: donderdag 11 januari 2018 - 17:02
Auteur: Eva de Schipper