‘Varen met gevaarlijke stoffen in mist aan banden leggen’, is conclusie na stuwongeluk [ANIMATIE]

GRAVE - Binnenvaartschippers die gevaarlijke stoffen vervoeren, moeten bij dichte mist extra veiligheidsmaatregelen treffen. Het gaat bijvoorbeeld om het inkorten van de vaartijden of het eerder aflossen van de schipper. Rijkswaterstaat moet daarnaast de bevoegdheid krijgen om bij extreme weersomstandigheden het scheepvaartverkeer plaatselijk stil te leggen.

Dit zijn conclusies die getrokken zijn na het onderzoek ‘Stuwaanvaring door benzeentanker bij Grave’, dat donderdag door de Onderzoeksraad voor Veiligheid is gepubliceerd. Ook dienen de crisisbeheersing en hulpverlening in grensgebieden van verschillende regio’s beter gecoördineerd te worden.

"Het lukte de verschillende betrokken partijen niet om een gezamenlijk beeld te vormen en hun acties op elkaar af te stemmen. Het bleef tot diep in de nacht onduidelijk of de lading benzeen gevaar gaf en de bemanning werd pas na drie uur geëvacueerd van het schip”, aldus de Raad voor de Veiligheid.

Bekijk de reconstructie van het ongeluk (tekst gaat verder onder video):

Brancheorganisatie Koninklijke BLN-Schuttevaer vindt de bevoegdheid om al het scheepvaartverkeer bij bepaalde weersomstandigheden plaatselijk stil te leggen 'vooralsnog veel te ingrijpend'. "De minister vond immers een algeheel verbod om tijdens code rood te gaan rijden met een lege vrachtauto ook geen goed idee en disproportioneel", stelt de organisatie in een eerste reactie.

Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen moeten de uitkomsten van een gesprek tussen minister, binnenvaart en chemiesector over de omstandigheden waaronder wel of niet wordt doorgevaren met gevaarlijke stoffen volgens de organisatie 'richtinggevend zijn voor het stoppen van de chemievaart'. BLN-Schuttevaer bestudeert de komende periode het rapport. Ook de minister van Infrastructuur & Waterstaat heeft aangegeven binnen zes maanden met een uitgebreide reactie op de aanbevelingen en de genomen en nog te treffen maatregelen te komen. 

Inspannend
Op 29 december 2016 voer een met 2000 ton benzeen beladen binnenvaartschip via de Maas richting Rotterdam. Vanwege dichte mist navigeerde de schipper voornamelijk via het radarsysteem. Dat is volgens de Onderzoeksraad 'zeer inspannend en het vereist specifieke training en ervaring'.

Na dertien uur varen, naderde het schip de stuw bij Grave en voer daar vervolgens dwars doorheen, viel door het hoogteverschil drie meter omlaag en kwam 600 meter verder tot stilstand. Ruim een uur na de aanvaring informeerde Rijkswaterstaat de hulpdiensten over het voorval en het feit dat er gevaarlijke stoffen bij betrokken zijn. 

Geen gezamenlijk plan
"Bij de afhandeling en crisisbeheersing in Grave heeft de veelheid aan partijen in dit grensgebied van verschillende regio’s en het ontbreken van een gezamenlijk incidentbestrijdingsplan de aanpak ernstig bemoeilijkt. De dichte mist vormde daarbij slechts een complicerende factor", aldus de raad.

De Onderzoeksraad beveelt de gemeenten, veiligheidsregio’s en Rijkswaterstaat aan om betere afspraken te maken over samenwerking en coördinatie en hiermee te oefenen. 

De minister van Infrastructuur en Waterstaat moet een analyse maken van het aanvaarrisico van bruggen, sluizen en stuwen in Nederland en waar nodig maatregelen treffen om het effect daarvan te minimaliseren. Verder dient de minister het verouderde informatie- en volgsysteem voor de scheepvaart te vervangen en te voorzien van een alarmeringsfunctie bij incidenten met schepen met gevaarlijke lading.

Ander onderzoek
Eerder trok ook een adviesbureau al harde conclusies na een onderzoek naar het scheepvaartongeluk.

 

 

print corrigeer
Publicatie: donderdag 3 mei 2018 - 10:06
Auteur: Jan de Vries