De Woenselse Poort - Advocaten aan het woord - Jan-Jesse Lieftink

 

Advocaat Jan-Jesse Lieftink: 'De Woenselse Poort is een stuurloos schip'

De Woenselse Poort moet de deuren sluiten als de situatie niet snel verbetert, vindt advocaat Jan-Jesse Lieftink. “De Woenselse Poort is een stuurloos schip met onbekwaam en onervaren bemanning. Waar patiënten drugs naar binnen smokkelen en de boel terroriseren en waar de directie er een doofputcultuur van maakt. Het zal mij niet verbazen als dit stuurloze schip verandert in een zinkend schip. Als er geen verbetering plaatsvindt, dan is sluiting de enige oplossing.”

Lieftink vertegenwoordigt meerdere cliënten die voor psychiatrische behandeling bij De Woenselse Poort zitten. Hij krijgt vaak het gevoel dat de begeleiders en therapeuten hun patiënten niet serieus nemen. “Zo gaf een cliënt van mij aan dat hij vanwege ademhalingsproblemen naar het ziekenhuis moest. Zijn psychiater stuurde hem weg met een paracetamol. Uiteindelijk is hij na lang aandringen naar het ziekenhuis gebracht, waar een longontsteking werd geconstateerd.”

'Werknemers gaan naar dancefeesten'
Volgens Lieftink is dit een goed voorbeeld van hoe weinig serieus het personeel de cliënten neemt. “Een groot probleem is dat De Woenselse Poort weinig ervaren werknemers in dienst heeft. In tbs-instellingen moeten eigenlijk mensen werken die aan het einde van hun carrière zitten. In de praktijk werkt het andersom: mensen beginnen hun loopbaan als psycholoog bij De Woenselse Poort.”

Ook ziet Lieftink dat het personeel chantabel is. “Werknemers gaan naar dancefeesten waar ook patiënten naartoe gaan. Als daar drugs worden gebruikt, word je als werknemer chantabel. Ik merk op dat dit bij De Woenselse Poort vaker gebeurt dan in andere instellingen. Op deze wijze kom je dus in dergelijke situaties terecht. Dan gebeurt het dus dat werknemers voor cliënten drugs mee naar binnen smokkelen.”

ZIE OOK: Tbs-advocaat Job Knoester: 'Cliënten voelen zich niet meer veilig'

'Incident op incident'
De Woenselse Poort ligt al maanden onder het vergrootglas. Hierdoor komt er een grote druk bij de directie te liggen, merkt Lieftink op. “Ik kan me dan heel goed voorstellen dat je dan kiest voor een doofpotklimaat, als er sluiting dreigt. Als de situatie niet verbetert, maakt de directie zich ongeloofwaardig door gewoon te blijven zitten. Dan moeten ze gewoon opstappen. Al vijf jaar lang worden daar incident op incident gestapeld.”

De Woenselse Poort beseft zich maar al te goed dat bepaalde incidenten veel indruk hebben gemaakt op medewerkers en cliënten. “We kunnen ons voorstellen dat de veiligheidsbeleving daardoor is aangetast. Daarover zijn we regelmatig in gesprek met zowel medewerkers als cliënten. Het gevoel van veiligheid is namelijk een groot gemeenschappelijk belang.