Nieuw licht op belangrijke rol West-Brabant tijdens Eerste Wereldoorlog

ROOSENDAAL/BREDA - Na een ongekende massaslachting in de loopgraven met miljoenen doden, zwegen op 11 november 1918 de wapens. De Eerste Wereldoorlog was voorbij. Dat feit werd de afgelopen dagen overal in Europa en daarbuiten herdacht. Behalve in ons land: want 'wij' deden niet mee aan de 'Grote Oorlog'. Maar we kregen er wel mee te maken. Vooral in Brabant gebeurde er veel.

Brabant lag zo dicht bij het front dat de inwoners bijna dag en nacht het kanongebulder konden horen. Ook waren er hier veel spionnen actief. In het westen van Brabant bij de Zeeuwse grens, groeven Nederlandse militairen zich zelfs in tegen een mogelijke invasie...die nooit kwam.
<b>Vreemde soldaten aan de keukentafel</b><br>Nederland bleef neutraal maar de impact op onze provincie was enorm, zegt professor Wim Klinkert van de KMA in Breda. Hij doet al jaren onderzoek naar de oorlog. Alleen al in Brabant waren meer dan 50.000 militairen gemobiliseerd en ook ingekwartierd. De soldaten woonden bij mensen thuis, op zolder of in de schuur. Bewoners waren verplicht ze op te nemen en kregen een vergoeding. Die duizenden militairen oefenden regelmatig maar al gauw verveelden ze zich. Er zijn gevallen bekend van oproer in Baarle-Nassau en Tilburg onder soldaten.
<b>Massaal op de vlucht voor het oorlogsgeweld</b><br>Naast die massale inkwartiering waren er de vluchtelingen. Brabant kreeg te maken met de grootste vluchtelingenstroom ooit. Tijdens de oorlog kwam een miljoen Belgen ons land binnen: lopend, met karren en met de trein. Vooral in september en oktober 1914 was de chaos compleet. De oprukkende Duitsers stonden voor de poorten van Antwerpen en uit vrees voor een bloedbad trokken vele Belgen naar het noorden. Alleen al in een stad als Bergen op Zoom kwamen naar schatting meer dan 100.000 Belgen terecht. Er woonden toen amper 17.000 mensen in de stad dus het was goed te merken. De meeste Belgen sliepen in de open lucht. In bossen, gewoon op straat en als ze geluk hadden in geimproviseerde tenten of in fabriekscomplexen. Zo zijn er beroemde foto's van overvolle kampementen op Plein XIII, waar nu het Bergse stadskantoor staat. Dit vluchtelingendrama duurde enkele maanden en toen Duitsers grote delen van België bezet hadden konden ze weer terugkeren. Een fors deel van de Belgen weigerde dat en kwam terecht in kampen door heel Nederland. Zo werd er bijvoorbeeld in Uden een barakkenkamp opgezet.
<b>Een Duitse aanval op West-Brabant?</b><br>Professor Wim Klinkert vond in Duitse en Britse archieven al veel opmerkelijke zaken over al lang 'vergeten verhalen'. De hoofdrolspelers zijn er ook niet meer dus het zijn de soms schaarse documenten die de verhalen vertellen. Die documenten geven een toch wat ander beeld dan we op school leerden: dat we neutraal waren en buiten schot bleven, letterlijk. Het is een zwart-witbeeld terwijl de werkelijkheid wat grijzer was.
Het wordt ook steeds duidelijker dat de strijdende partijen ons land scherp in de gaten hielden, notabene vanaf ons eigen grondgebied. We mochten zeker geen partij kiezen. Als dat gebeurde zouden de Britten of Duitsers militair ingrijpen. Zo waren er compleet uitgewerkte plannen voor een invasie in Nederland. De Duitsers hadden een plan om via Zeeland een landing uit te voeren. Fall K was de codenaam. Na die amfibische operatie zouden de Duitsers oprukken naar West-Brabant.
De Nederlanders wisten dat en hadden op hun beurt plannen gemaakt om zich in te graven en de vijand op te wachten in West-Brabant, op de Brabantse Wal bij Hoogerheide. Daar zou een breed loopgravenfront ontstaan tot aan Willemstad. Als die frontlijn zou vallen zouden de Nederlandse troepen snel evacueren, via het Volkerak en Hollandsch Diep naar Zuid-Holland.
<b>Een Britse aanval?</b><br>Ook de Britten hadden zo'n invasieplan, voor het geval dat Nederland de Duitse kant zou kiezen. De Britten wilden op het eiland Tholen aan land gaan, net buiten bereik van de Duitse kanonnen die bij Antwerpen stonden. De Nederlandse regering had besloten dat een eenzijdige Britse aanval ook zou worden beantwoord met een Nederlandse tegenaanval in West-Brabant. Daarmee zou Nederland dus partij kiezen voor Duitsland, met desastreuze gevolgen.
Maar een invasie kwam er nooit. De strijdende partijen hadden de handen vol in Vlaanderen en Frankrijk. Voor een invasie waren al gauw 250.000 militairen nodig en die moesten dan worden weggehaald van het front.
Professor Klinkert weet niet hoe serieus de Britse en Duitse invasieplannen waren. Ze zorgden er wel voor dat Nederland wel uit keek om ook niet meegezogen te worden in de afgrond. Als het zover was gekomen zou de Brabantse Wal misschien nu ook thuis horen in het illustere rijtje van beroemde slagvelden als Verdun en Passendale en de rivieren de Somme en de Marne in Frankrijk.
<b>Spionnen in Roosendaal</b><br>Terwijl de Nederlandse regering de neutraliteit predikte, bekenden sommige inwoners kleur. Zoals in iedere oorlog zagen mensen een buitenkansje in de oorlog. Ze gingen spioneren. Volgens professor Klinkert speelde vooral een grensstad als Roosendaal daarin een belangrijke rol in de oorlog. Hij stuitte tijdens zijn onderzoek op het verhaal van twee Roosendaalse broers. Via kroegen kwamen ze in contact met militairen. De broers boden geld voor documenten met militaire geheimen, zoals landkaarten met verdedingswerken. Dat lukte en de documenten werden vervolgens via de grensovergang Nispen- Essen aan de Duitsers verkocht. Maar de marechaussee kreeg dit spionagenetwerk in de gaten en pakte zeker vier soldaten op. Een van hen pleegde zelfmoord in zijn cel in Breda. De Roosendaalse broers konden ontsnappen naar het bezette België.
<b>Treinen spotten</b><br>Tegelijkertijd werd al in 1914 in Roosendaal een Brits spionagenetwerk opgezet. Doel was om vanuit hier de grens over te gaan en te kijken naar de Duitse treinen en simpelweg te tellen hoeveel militairen er op zitten en hoeveel kannonnen naar het front gaan. Het netwerk boekte grote successen met dit 'trainwatching' en gaf de Britten veel inzage in de Duitse troepensterkte, volgens Klinkert. Zo was er een Eindhovenaar die de grens over trok, Duitse troepentransporten bekeek en dan terugkeerde en rapporteerde aan de Britse geheime dienst.
Die passages over de grens waren niet zonder risico. Op de grens met België hadden de Duitsers een zware prikkeldraadversperring gebouwd en een hek met elektrische draden waar stroom op stond. Die 'todesstreifen' aanraken kon dodelijk zijn. Naar schatting vielen er enkele tientallen en mogelijk zelfs honderden doden langs de grens.
<b>Herdenken</b><br>Nederland was neutraal en raakte (gelukkig) nooit betrokken bij de Eerste Wereldoorlog. Toch was de impact op ons land en vooral op Brabant enorm. Hoe groot die impact was dat wordt steeds duidelijker dankzij onderzoeken van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog (SSEW). De stichting publiceert de kroniek De Grote Oorlog, waarvan vrijdag deel 23 uit kwam. Ook Klinkert levert hier bijdragen aan. Sinds kort is hij ook betrokken bij een nieuw comité dat een nationale herdenking gaat organiseren in 2014. Dan is het een eeuw geleden dat de Eerste Wereldoorlog begon. Het mag dan wel een oorlog zijn waar we buiten bleven, maar hij ging zeker niet aan ons voorbij...
Deel dit artikel: