Zes Brabantse jongens stierven in Huize Sint Joseph in Heel

ROERMOND - Zes Brabantse jongens zijn in de jaren vijftig gestorven in het Limburgse Huize Sint Joseph in Heel. Het Openbaar Ministerie heeft onderzoek verricht omdat er tussen 1952 en 1954 een groot aantal verdachte sterfgevallen plaatsvond. Het rapport is donderdag openbaar gemaakt.
In Huize Sint Joseph werden in de jaren vijftig geestelijk gehandicapte kinderen opgevangen. Tussen 1952 en 1954 stierven 37 jongens, onder wie zes Brabantse kinderen. Ze waren in de leeftijd van 5 tot 15 jaar. Ze kwamen uit Eindhoven, Bergeijk, Sterksel, Someren en Maarheeze

Broeder is verdachte
Het openbaar ministerie begon een onderzoek na een melding van de commissie Deetman die seksueel misbruik onderzocht in de katholieke kerk. Het Openbaar Ministerie merkt de sterfgevallen nu ook aan als verdacht, maar kan geen andere doodsoorzaak meer vaststellen dan natuurlijk overlijden zoals in de overlijdensaktes is aangegeven.

Het OM schrijft in haar rapport dat een natuurlijke dood van alle 37 jongens 'minder waarschijnlijk' is. De pijlen van het OM richten zich dan ook op een broeder en een dokter die in de jaren vijftig werkzaam waren. De inmiddels overleden broeder Andreas zou niet capabel zijn geweest om met zwaar gehandicapte kinderen om te gaan.

'Domme broeder'
De arts van het Sint Joseph zou tegen anderen gezegd hebben dat broeder Andreas 'een domme broeder' was, die te veel morfine zou hebben toegediend. Kort voordat broeder Andreas werd overgeplaatst, stopten volgens het OM de sterfgevallen.

Maar het OM denkt dat de arts van het Sint Joseph, Guus Verstraelen, ook nalatig is geweest. Het OM schrijft in haar rapport dat de arts mogelijk onvoldoende toezicht hield. En dat de arts een verklaring van natuurlijke dood afgaf, zonder dat hij daarvan overtuigd was.

Geen vervolging meer mogelijk
Volgens het OM zouden de aanwijzingen van verdachte sterfgevallen in huize Sint Joseph aanleiding geven tot meer strafrechterlijk onderzoek, maar is dit niet langer mogelijk. Zowel broeder Andreas als de arts is inmiddels overleden. Ook veel betrokkenen zijn overleden, waardoor het aantal bronnen beperkt is. Bovendien zijn eventuele strafbare feiten verjaard.

Volgens het OM heeft het bisdom Roermond sinds 1958 geweten van de sterfgevallen, maar besloten dit niet naar buiten te brengen. Ze werden als 'niet serieus' afgedaan. Maar volgens de maatstaven van de jaren vijftig is dat niet strafbaar, zo zegt het OM.

Van de gestorven jongens zijn nog 31 nabestaanden in leven, zij zijn inmiddels geïnformeerd. De Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR) in Den Bosch, de koepel van kloosterordes, laat weten geschokt te zijn door de gebeurtenissen.