Begijnhof Breda geeft eeuwenoude geheimen prijs

BREDA - Archeologen hebben in de tuin van het Bredase begijnhof de resten gevonden van een kloostermuur. Het gaat vrijwel zeker om de muur van het mannenklooster dat daar in de late middeleeuwen stond. Dankzij de vondst ontstaat een completer beeld van de vroegste bebouwing op die plek.

De noordelijke muur van het klooster is nu blootgelegd. Daardoor kunnen archeologen voor het eerst een idee krijgen van de omvang van het klooster. Het gebouw was 25 meter bij 35 meter groot, zo blijkt nu. Alleen de westkant van het complex is nooit gevonden.

Binnen in het begijnhof, aan de kant van de Wendelinuskapel, zijn de afgelopen jaren ook al restanten van het oude klooster ontdekt. In de muren zaten de bogen verborgen van een kloostergang die dateert uit 1440. Niemand wist dat ze daar zaten. 

Geschiedenis begijnhof
Het bestaande Bredase begijnhof dateert uit 1535 en had nog een oudere voorganger. Dat stond dichterbij het kasteel van Breda. Al in 1267 werd het gesticht. Toen de heer van Breda zijn tuin wilde uitbreiden moest het begijnhof verhuizen en kwam het in 1535 op de huidige plek terecht. De paleistuin is nu Park Valkenberg.

Het begijnhof in Breda was een leefgemeenschap van alleenstaande vrouwen die niet de (strenge) kloostergelofte hadden afgelegd. Ze leken op nonnetjes met hun witte kappen en hielden zich bezig met ziekenzorg en bidden voor overledenen

Begijnhoven zijn in de middeleeuwen in veel steden gesticht. Ze behoren tot de oudste rechtspersonen van ons land. Ook in Brabant waren er diverse hofjes, zoals in Bergen op Zoom. Maar allemaal zijn ze opgeheven. Alleen Breda hield zijn begijntjes, mede dankzij speciale bescherming van de Oranje-Nassaus. De laatste begijn overleed in 1990. Het enige andere nog intacte begijnhof is in Amsterdam. Belgie kent er nog velen.
Meer over dit onderwerp:
begijnhof breda archeologie kloostermuur
Deel dit artikel: