Bureau Brabant: ‘Beelden mishandeling Eindhoven zijn niet voor niets geweest’

EINDHOVEN - De beelden van Bureau Brabant van de mishandelingen in Eindhoven en Oosterhout veroorzaakten de laatste maanden veel maatschappelijke verontwaardiging. Waarom en wanneer kiezen politie en justitie voor het tonen van beelden en hoe wordt deze overweging gemaakt? "Wij snappen eigenlijk ook niet waarom de mishandelingen in Eindhoven en Oosterhout zoveel aandacht krijgen."
In het Omroep Brabant-programma Onder Ons discussieerden persofficier Roel Krijtenburg van het Openbaar Ministerie en Peter Boots, producer van Bureau Brabant, over de mishandelingen in Eindhoven en Oosterhout.

Belgische verdachten
Dinsdag werd bekend dat de twee Belgische jongens die betrokken waren bij de zware mishandeling in Eindhoven pas op 25 april horen of ze aan ons land worden uitgeleverd. Intussen heeft justitie in Nederland alleen nog belangstelling voor de twee hoofddaders. De drie jongens die een veel kleiner aandeel hadden in de mishandeling hoeven niet gedwongen naar Nederland.

Op de vraag of alles voor niks is geweest als deze Belgische jongens niet worden uitgeleverd reageerde Peter Boots ontkennend: "Nee, het is zeker niet voor niks geweest, want als we dit niet hadden gedaan dan hadden de identiteit van de verdachten niet kunnen achterhalen."

Al jaren schokkende beelden
Bureau Brabant bestaat al tien jaar en volgens persofficier Roel Krijtenburg kiezen politie en justitie er al jaren voor om schokkende beelden met het publiek te delen. Maar waarom deze twee zaken in vergelijking met andere mishandelingen nu zo uitdrukkelijk in de media zijn gekomen, veel vaker dan vroeger, dat weten zij eigenlijk ook niet precies.

Wel denkt Krijtenburg dat meespeelt dat er tegenwoordig steeds meer en betere camera's hangen waardoor er meer scherpere beelden beschikbaar zijn. "Natuurlijk speelt ook mee dat de beelden door het delen via sociale media tegenwoordig meer aandacht krijgen." Toch verraste de gigantische aandacht voor de zaken in Eindhoven en Oosterhout ook de makers van het programma.

Zorgvuldige selectie
Er gaat een hele zorgvuldige selectie vooraf voordat de beelden via een opsporingsprogramma als Bureau Brabant worden uitgezonden. "Eerst wordt er gekeken of het gepleegde feit ernstig genoeg is om beelden uit te zenden, of er dus voorlopige hechtenis op het feit staat. Altijd worden de beelden eerst intern binnen de politie verspreid en doet het rechercheteam eigen onderzoek zoals sporenonderzoek of getuigenonderzoek. Pas als blijkt dat er geen enkele manier is om bij de verdachten te komen, dan wordt ervoor gekozen om beelden aan het publiek voor te leggen", legt Boots uit. 

"Hier wordt weleens vanaf geweken bijvoorbeeld als een dader extreem gevaarlijk is en zo snel mogelijk van straat moet. De eindverantwoordelijkheid voor het gebruik van beelden blijft altijd bij het Openbaar Ministerie", vult Krijtenberg aan.