Diederik Stapel 'blijft niet in luwte', ex-promovendi hekelen onderzoekscommissie

TILBURG - Vijf ex-promovendi van Diederik Stapel hekelen de manier waarop de onderzoekscommissies in de fraudezaak van de Tilburgse hoogleraar te werk zijn gegaan. Ze zouden zich te veel gericht hebben op wat Stapel fout deed, blijkt uit een artikel in dagblad Trouw zaterdag.
Het gaat om een onderzoek naar de fraudepraktijken bij de Rijksuniversiteit Groningen, waar Stapel van 2000 tot 2006 werkte. De vijf ex-promovendi wilden in gesprekken met de onderzoekscommissie ook de positieve kanten van Stapel belichten. Daarop zouden ze van de commissie te horen hebben gekregen dat de commissie 'niet was aangesteld om het goede van Stapel aan te duiden, maar juist wat er fout was gegaan'.

"Je kunt geen cultuuronderzoek doen en alleen maar naar de slechte dingen vragen", meent ex-promovendi Saskia Schwinghammer. "Dat is een grove methodologische fout." Ook waren volgens Schwinghammer de vragen niet goed gestructureerd en werden de gesprekken niet opgenomen.

Gefingeerde gegevens
De fraude van Diederik Stapel werd in 2011 ontdekt bij de Tilburg University. Hij bleek een onderzoek over vleeseters verzonnen te hebben. Na onderzoek bleek dat de hoogleraar jarenlang zijn onderzoeken baseerde op gefingeerde gegevens. Ruim de helft van zijn publicaties bleken frauduleus. "Een doodzonde", volgens president Robbert Dijkgraaf van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Stapel sloot uiteindelijk een deal met justitie en kwam er vanaf met 120 uur werkstraf. Eerder leverde hij al zijn doctorstitel in.

'Ik blijf niet in luwte'
Stapel praat in Trouw zaterdag voor het eerst over zijn verleden en de toekomst. Volgens hem hebben zijn fraude en de periode daarna hem veranderd.

"Ik weet niet of ik een slecht mens was. Ik was onthecht en heel eenzaam. Ik kan het boetekleed blíjven aantrekken, maar ik heb twee kinderen en een vrouw. Op een gegeven moment is het klaar. Ik moet verder. Ik blijf niet in de luwte. Ik weiger mijn mond te houden. Ik zeg wat ik te zeggen heb."