Oud-hoofdofficier justitie Jan Wolter Wabeke uit Best genoemd in zedenzaak Joris Demmink

UTRECHT - Bij de start van een onderzoek naar betrokkenheid van hooggeplaatste personen bij seksfeestjes met minderjarige jongens, zijn behalve de naam van topambtenaar Joris Demmink ook die van drie hoofdofficieren van justitie genoemd. Een van de drie namen is Jan Wolter Wabeke uit Best. Dat heeft een getuige woensdag verklaard ten overstaan van de rechter-commissaris in Utrecht.
Van 1986 tot 1988 was Jan Wolter Wabeke landelijk officier van justitie in Utrecht. Daarna werd hij kantonrechter en vanaf 1992 tevens advocaat-generaal aan het Gerechtshof in Den Haag. Van 1994 tot 2001 was hij hoofdofficier van het arrondissement Breda. In 2010 ging hij als rechter aan de slag bij het gerechtshof in Den Haag. Wabeke werd in 2011 uitgeroepen tot meest invloedrijke man in de financiële wereld.  Als Ombudsman Financiële Dienstverlening speelde hij een belangrijke rol in de Woekerpolisaffaire.

Zedenzaak
Getuige Leendert de Koter was destijds, in 1997, betrokken bij het zogeheten Rolodexonderzoek als rechercheur van de criminele inlichtingendienst. De namen van Demmink en de drie officieren - Wabeke, Holthuis en Wooldrik - zijn aangedragen door de Rijksrecherche, zo verklaarde De Koter.

Het onderzoek concentreerde zich op Ger van R., hoogleraar aan de Vrije Universiteit. Hij zou een faciliterende rol hebben gespeeld bij de orgieën. Volgens De Koter heeft het onderzoek geen nadere aanwijzingen opgeleverd tegen Demmink. Over de genoemde officieren verklaarde hij niet nader. Het Rolodexonderzoek heeft uiteindelijk geen tastbaar resultaat opgeleverd, althans niet waar het de hooggeplaatste figuren betreft.

In Amsterdam was de huidige staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven destijds ook betrokken bij het onderzoek. Teeven was toen officier van justitie en uit dien hoofde belast met criminele inlichtingen.

'Hand boven het hoofd'
Volgens De Koter heeft het er alles van dat Ger van R. de hand boven het hoofd is gehouden. Hij lijkt er over te zijn ingelicht dat zijn telefoon werd afgeluisterd. Ook was hij duidelijk voorbereid op een huiszoeking, aldus de ex-rechercheur. "De koffie stond bij wijze van spreken al klaar.'' De Koter, tegenwoordig privédetective, was daar dinsdag nog zichtbaar ongelukkig over.

Een aanvraag bij de toenmalige landelijke rechercheinformatiedienst voor de inzet van observatieteams op Demmink en de officieren werd afgewezen door het hoofd van de dienst, aldus De Koter. Dat hoofd was de huidige Amsterdamse korpschef, Pieter-Jaap Aalbersberg.

Het zogeheten voorlopig getuigenverhoor van onder anderen De Koter vindt plaats op verzoek van Stichting De Roestige Spijker, die de onderste steen boven wil hebben over de scheve schaats die Demmink gereden zou hebben.

Ex-politiechef: geen rol Demmink in zedenzaak
Voormalig chef van de Amsterdamse jeugd- en zedenpolitie Jaap Hoek herinnert zich niet dat de naam Joris Demmink is opgedoken in het zogeheten Rolodexonderzoek. Dat onderzoek was, eind jaren negentig, gericht op misbruik van jonge jongens door hooggeplaatste figuren.
   
Hoek herinnert zich ook niet dat er namen van hoofdofficieren van justitie in het onderzoek voorkwamen. Eerder woensdag is dat wel verklaard door Leendert de Koter, een oud-collega van Hoek. Beide voormalige politiemensen zijn als getuigen gehoord in het kader van een zogeheten voorlopig getuigenverhoor in Utrecht.