Toename antibiotica in Brabants water door intensieve veehouderij: ‘Volksgezondheid is in gevaar'

EINDHOVEN - In de Brabantse wateren is een toename geconstateerd van antibiotica en andere gevaarlijke stoffen. De Brabantse waterschappen zeggen zich zorgen te maken over de mogelijke effecten van de stoffen op de volksgezondheid en het milieu. Zij luiden de noodklok en doen een gezamenlijke oproep aan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu om het lozingen- en waterbeleid aan te passen.
Dat schrijven zes waterschappen in een gezamenlijke brief. Zij zien een toename van aanvragen voor vergunningen om afvalwater van mestverwerkingsinstallaties te lozen op rivieren, beken of riolering. Dit heeft als gevolg dat er steeds meer risicovolle stoffen zoals antibiotica, stikstof en fosfor in de wateren terecht zijn gekomen.

Het vervuilde afvalwater plaatst waterbeheerders in Brabant en omliggende provincies in toenemende mate voor problemen.

'Kwaliteit van water beschermen'
Vanwege het grote mestoverschot in Brabant en Limburg door intensieve veehouderij zijn mestverwerkingsinstallaties noodzakelijk. Bij het verwerken van de vele mest, komt afvalwater vrij. Volgens de waterschappen zijn er de afgelopen twee jaar ruim veertig vergunningen verleend voor het lozen van dat afvalwater.

Lambert Verheijen, dijkgraaf van waterschap Aa en Maas, luidt namens alle waterschappen de noodklok. “Wat nodig is, is een landelijk kader om deze lozingen op een juiste wijze te kunnen toetsen en al dan niet toe te staan”, schrijft hij in de brief. “Op die manier kunnen de waterschappen en Rijkswaterstaat de kwaliteit van het water beschermen.”

Nationaal waterbeleid
Om de plannen te verwezenlijken moet er een nationaal waterbeleid komen, vinden de waterschappen. Zij krijgen hierin steun van Rijkswaterstaat en LTO Nederland.

Sinds vorig jaar zijn agrarische bedrijven met een mestoverschot verplicht om een deel hiervan te verwerken. Dit om de landbouwgrond te verminderen.