Bloedbad Hooge Zwaluwe: vijf verdachten blijven vastzitten

ROTTERDAM - Een verdachte in de zaak van de dubbele moord in Hooge Zwaluwe, Roy O. is onlangs uit veiligheidsoverwegingen overgeplaatst naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught. Dat bleek donderdagmiddag in Rotterdam tijdens een pro-formazitting. Hierin werd gesproken over het verdere verloop van de behandeling van de dubbele moordzaak in een vakantiehuisje in Hooge Zwaluwe. Alle verdachten blijven nog in voorlopige hechtenis. Op 3 november is er opnieuw een zitting over de laatste stand van zaken.
De dubbele moord vond eind vorige jaar plaats op 15 oktober. Bij een schietpartij in het vakantiehuis werden twee mannen op brute wijze vermoord. Het gaat om Brian Dalfour, toenmalig voorman van motorclub No Surrender, en Muljaim Nadzak uit Macedonië. Dat gebeurde na een ripdeal waarbij criminelen geld of drugs van elkaar proberen te stelen.

LEES OOK: Dubbele moordzaak in Hooge Zwaluwe: wie is wie?


Justitie gaat ervan uit dat Dalfour en Nadzak zijn doodgeschoten door vijf Antwerpse drugscriminelen die vijftien kilo cocaïne wilden kopen. Daarmee was een bedrag van 390.000 euro gemoeid. Het geld is na de schietpartij nooit meer teruggevonden.

In de ochtend verschenen de eerste verdachten voor de rechter, alleen Youssef C. ontbreekt.




Bemiddelaar
Roy O. uit Breda trad destijds op als bemiddelaar tussen Brian Dalfour en de Belgische criminele bende. Hij bracht beide partijen samen om tot een drugsdeal te komen: 15 kilo cocaïne voor 390.000 euro.

O. was aanwezig bij de zitting. In de gevangenis in Vught leeft hij in afzondering omdat er een 'dreigende situatie' rond zijn persoon zou zijn. Volgens zijn advocate zouden 'uitgelekte foto's' van zijn vrouw en kinderen een ernstige inbreuk op zijn privéleven en veiligheid zijn.

De rechtzaak is het eerste moment waarop alle vijf de verdachten voor de rechter verschijnen. De zaak loopt al bijna een jaar.



De officier van justitie verweet Roy O. dat hij is doorgegaan met de voorbereiding van de drugsdeal, terwijl zijn neef al was afgehaakt. Zonder toedoen van O. zouden volgens justitie de Nederlanders en de Belgen niet tot elkaar zijn gekomen.

Broer Belgische hoofdverdachte
Na O. was het de beurt aan de 39-jarige Ghalid T. tijdens deze zitting. Hij is de broer van hoofdverdachte Samir T. Ghalid vluchtte tijdens de schietpartij met een schotwond uit de recreatiewoning. Ghalid T. liet zijn broer voor dood achter, omdat hij dacht dat die de ripdeal niet had overleefd.

Advocaat Peter Plasman gaf bij de zittting aan dat zijn cliënt wil meewerken aan een reconstructie van de gebeurtenissen in het vakantiehuisje.  Hij vraagt de rechter om vrijlating. Volgens de raadsman is er geen verband tussen T. en de schietpartij. Ghalid T. ging niet naar het huisje om Nederlanders dood te schieten, aldus Plasman.




Nepagenten
Tijdens de afspraak in het vakantiehuisje zouden de Belgen zijn overvallen door Nederlanders die verkleed waren als politieagent. De nepagenten zouden hen vast hebben gebonden met tie-wraps en hebben bedreigd met vuurwapens. Ook de Belg Michel H. werd bedreigd.


Volgens advocate Weski draaide de zaak voor H. op vrijspraak. H. heeft niet geschoten en is zelf slachtoffer. Dalfour leefde nog toen H. wegging, betoogde Weski. Justitie twijfelde aan die lezing. Volgens de officier zijn de Belgen begonnen als slachtoffer, maar eindigden ze als daders door Dalfour en Nadzak dood te schieten.

Peter Plasman vond het geen ondenkbaar scenario dat er ook in het Nederlandse kamp op elkaar is geschoten.

Hoofdverdachte Samir T.
Aan het einde van de zittingsdag kwam de hoofdverdachte, de 39-jarige Samir T. aan het woord. Hij is al zeker vijftien jaar actief in het internationale drugscircuit en heeft al verschillende veroordelingen voor drugsdelicten achter zijn naam staan.


Tijdens de schietpartij werd Samir T. geraakt door een kogel, afgevuurd door Nadzak of Dalfour. Het slachtoffer werd kort na de schietpartij door zijn criminele vrienden gedropt op de stoep van het Amphia Ziekenhuis in Oosterhout. In het ziekenhuis heeft T. een verklaring afgelegd die overeenkomt met een verklaring in het dossier. Volgens zijn raadsman is er geen bewijs dat T. heeft geschoten.

DNA-sporen
Tijdens de zitting bleek verder dat er DNA-sporen zijn gevonden van twee, nog onbekende, mannen.





Kenneth O., een van de verdachten, durft uit angst voor de Belgen niets te zeggen. "Ik ben doodsbang."



Officier van justitie trekt wonderbaarlijk ontsnapping in twijfel.