Jacob bekeerde zich en vluchtte, vanuit Boxtel naar de jungle

BOXTEL - Een lastige zoon met 'verkeerde vrienden' die de hele familie te schande maakt en uiteindelijk in de jungle beland. Dat is het avontuurlijke verhaal van Jacob Roelands uit Boxtel. Het boek is er. Nou de speelfilm nog.
De Amerikaanse Craig Harline (60) schreef het boek 'Jacobs Vlucht'. Hij stuitte bij toeval op het verhaal van Jacob tijdens historisch onderzoek in Brussel. Daar trof hij een dagboek aan van ene Jacob Roelands, naar wie het lyceum in Boxtel en ook een straat is vernoemd.

Avonturen en geheimtaal
Jacob Roelands of Rolandus (1633-1683) zoals hij werd genoemd, is een naam die veel mensen amper iets zegt. Harline haalt hem terecht uit de vergetelheid want er is nogal wat te vertellen over de avonturen van Jacob.  

Het opgedoken dagboek van de Boxtelaar oogt mysterieus. Het staat vol met geheimzinnige tekens. Het kostte Harlin twee dagen om het te ontcijferen.

Bloederige oorlog
De jonge Jacob maakte zijn aantekeningen in code. Hij had namelijk wat te verbergen voor zijn vader Timo, die toen dominee was in Boxtel. Een geheim met grote gevolgen.

Jacob wilde zich namelijk rond 1654 bekeren tot de roomskatholieke kerk. Schokkend, zeker zo kort na de tachtigjarige oorlog, waarin veel protestants en katholiek bloed had gevloeid in de strijd om de Lage Landen. Zijn vader dominee Timo was woedend en probeerde hem 'binnen' te houden.

Radicaliseren
Omringd door bijna 2500 katholieken in Boxtel had de familie het toch al zwaar. Ze waren met hoogstens 40 protestanten. Die minderheid had de machtigste posities. En dan liep zoon Jacob ook nog eens over naar het verkeerde kamp: radicaliseren, zouden we nu zeggen.

Pa kwam er achter en de twist tussen vader en zoon escaleerde. Jacob sloeg op de vlucht naar Antwerpen waar katholieken in de meerderheid waren en hij zich veilig waande.


Duivels
Pa Timo achtervolgt hem. In Antwerpen treedt Jacob in bij de 'duivelse Jezuieten-orde', 'die schurken van Jezuiten' is de boodschap in Boxtel. Vader en zoon dromen van elkaar dat ze tot inkeer komen en van de dwaling genezen worden. Ze zijn vastbesloten elkaar te bekeren.

Ook zus Maria probeert broer naar huis te krijgen. Er is een hartverscheurende briefwisseling bewaard tussen Jacob en Maria. Daarin gaan ze tegen elkaar te keer met allerlei bijbelse verwijzingen. Maria over de zonden van de katholieke kerk, 'de paepsche religie', die 'betovert verstant', volgens haar.  

Hoeren en ketters
Alles wordt er bij gehaald tot aan 'die hoere van Babel.' Jacob fulmineert op zijn beurt tegen de 'Godverlogende ketterije'. En schrijft: 'wat wonder heeft den duyvel uwen Reformeerden weten in te blaesen'. Ondanks de ferme taal laten ze elkaar steeds weten dat ze van elkaar houden, ondanks alles.

Het verdriet brengt Jacob niet dichter bij huis. Hij keert nooit meer terug en verliest het contact. Als missionaris zeilt hij naar Zuid-Amerika. Heel wat anders dan de Meijerij. De oceaan overstekend, piraten trotserend en vervolgens indianen bekerend, diep in de Braziliaanse jungle. Hij doopt er hele dorpen. Zijn werk doet hij tussen de slaven en het geweld van de Europese veroveraars.

Eigen ervaring
Craig Harline is even in Nederland voor diverse presentaties en interviews. Hij overnacht in Boxtel, dichtbij kerk en pastorie. Voor Craig heeft dit verhaal ook een persoonlijk karakter. Hij trok in de jaren zeventig zelf langs Belgische dorpen en steden als mormoonse zendling, inderdaad: om mensen te bekeren. Of dat ooit lukte? 'Nee'.

Volgens Craig was dat een vormende tijd voor hem en leverde dat interessante inzichten op voor bijvoorbeeld dit boek. Wat hem vooral opvalt is dat Amerikanen door de geschiedenis heen veel vaker van geloof wisselen -zich vaker bekeren- dan Europeanen.

Jacob is dus een beetje een uitzonderlijk geval. Het trieste in dit verhaal is dat Jacob steeds verder af kwam te staan van zijn dierbaren. Dat moet enorm pijn hebben gedaan. Zelf leed hij ook. Na vele jaren missiewerk raakte hij teleurgesteld in de mensonterende omstandigheden in de kolonies. Dan vlucht hij voor het laatst, zou je kunnen zeggen. Hij zeilt naar een Afrikaans eiland en daar sterft hij.