‘Veel grijze koppen op straat’, Brabant krijgt een pubertekort

EINDHOVEN - Er dreigt een pubertekort in Brabant. Telt de provincie nu nog zo’n 146.725 jongeren die naar het voortgezet onderwijs gaan, over tien jaar zijn dat er nog rond 127.753. Dat is een daling met zo’n dertien procent. En die afname gaat daarna nog zo’n vijf jaar door.
De gebieden waar de zogeheten bevolkingskrimp onder twaalf- tot achttienjarigen percentueel het grootst is, zijn
1.          Asten (min 25 procent)
2.          Best (min 25 procent)
3.          Sint Anthonis (min 25 procent)
4.          Oss (min 24 procent)
5.          Boxmeer (min 23 procent)
6.          Boxtel (min 23 procent)

Op onderstaand kaartje is te zien hoe het aantal jongeren dat naar het voortgezet onderwijs gaat de komende jaren toe- of afneemt. In de gemeenten die niet ingevuld zijn zijn geen gegevens bekend, er zijn geen middelbare scholen of scholen hebben een samenwerkingsverband waarbij de hoofdvestiging in een andere gemeente staat.


Heftiger in specifieke regio's
Het is een landelijk probleem, maar de daling rond die zes Brabantse plaatsen is heftiger dan elders volgens het CBS.
Na een babyboom rond het millennium daalde het aantal geboortes per jaar in Nederland van 200.000 naar 170.000. De verklaring daarvoor is economisch, vertelt demograaf Jan Latten van het CBS.

“Als mensen werkloos zijn of bang zijn dat ze dat worden, denken ze minder snel aan kinderen. In crisistijd is een groter gezin ook niet aantrekkelijk, vanwege de kosten. En als een grote werkgever sluit of verhuist, is de kans groot dat gezinnen wegtrekken. Iets anders: sommige dorpen staan geen nieuwbouw toe.”

ZIE OOK: De ene brabander is de andere niet, ongelijkheid steeds groter

Grote steden halen jongeren weg
In het algemeen, en zeker ook in Brabant, zuigen de grote steden in Brabant jongeren weg. Latten: “Die gaan daar studeren of werken. En omdat ze daar werk vinden, leuk kunnen uitgaan en op de trein kunnen stappen, blijven ze daar hangen.”

Dat het aantal jongeren daalt, was de afgelopen jaren al merkbaar op de lagere scholen. Een aantal daarvan moest sluiten of fuseren. Het is in de steden al lang niet meer vanzelfsprekend dat elke wijk zijn eigen basisschool heeft. En in de dorpen zijn combinatieklassen gevormd om toch nog voldoende leerlingen in het lokaal te hebben.

Het pubertekort heeft daarnaast economische gevolgen. Zo neemt de beroepsbevolking af, waardoor er te weinig personeel zal zijn. Met name in de zorg en bij de techniek.

Jeugdsoos dicht
Maar ook zijn er sociale effecten: verenigingen kampen met ledentekort en sportkantines en jeugdsozen zijn niet meer rendabel. Het middelbaar onderwijs heeft er eveneens onder te lijden: het aanbieden van veel keuzevakken, alle profielen of dure beroepsopleidingen wordt onbetaalbaar.

In de plaats van herkomst slaat de veroudering dan flink toe. Latten: “Je ziet dan vooral grijze koppen op straat; de ouderen maken daar dan politiek de dienst uit. Dat kan betekenen dat de politiek dan minder inzet op peuterspeelzalen, voetbal en onderwijs. Dan hebben jongeren geen reden om terug te keren om een gezin te starten.”

Wat adviseert hij de krimpgemeenten? Vestig – tegen de trend in – opleidingen in kleinere plaatsen, bied ruimte voor start-ups. En zorg voor een creatief, cultureel klimaat.  Maar verwacht niet meteen effect: “Realiseer je wel dat als jongeren terugkomen, de eerste baby’s pas over vijf tot tien jaar geboren worden.”
Deel dit artikel: