Brabantse criminelen 'spelers met wereldwijde contacten'

TILBURG - De bestrijding van zeven criminele families in Brabant is een zware kostenpost en een zaak van lange adem. Dat blijkt uit een donderdag verschenen onderzoek van Tilburg University.
Volgens de onderzoekers Toine Spapens en Hans Moors heeft de overheid er een hoop werk aan om de families aan te pakken en is het lastig de overdracht van criminele patronen van de ene generatie op de andere te doorbreken.

Zware straffen onvoldoende
Het probleem is complex. Simpele oplossingen bestaan niet. Iedere familie vraagt om een eigen aanpak. Het is niet genoeg om alleen met zware straffen de misdaadclans uit te schakelen, is de boodschap in het bijna 200 pagina's tellende boek.

De kans dat de families hun criminele gedrag van generatie op generatie overdragen is volgens de onderzoekers 'zeer groot'. Zowel voor de mannen als de vrouwen.

Van vader op zoon en dochter
In het onderzoek worden zeven misdaadfamilies beschreven. Ze zijn anoniem en worden aangeduid met de letters A tot en met G. Maar ingewijden zullen ongetwijfeld wel wat herkennen uit de beschrijvingen.

De oudste misdaadondernemer die ze bekeken werd in 1952 geboren, de jongste in 1969. De onderzoekers baseerden zich op documenten uit de rechtbank en de politie-organisatie maar ook van de bevolkingsadministratie. Ze interviewden verder onder andere welzijnswerkers,(oud) rechercheurs en reclasseringsmedewerkers.

Eeuwenoud probleem
De onderzoekers bekeken ook misdaad door de eeuwen heen in Brabant. Ze wijzen op de verschillen met andere delen van Nederland. Brabant was vaker frontgebied waarin soldaten rondzwierven, had een zwak gezag, kende meer armoede en had veel bos. Ook Limburg kent zo'n voorgeschiedenis.

Die achtergronden werken nog steeds door, in de vorm van wantrouwen ten opzichte van het gezag, tegendraadsheid en zwijgzaamheid.

Kunstje afkijken
Daar bovenop merkten de onderzoekers merken dat asociaal en agressief gedrag in de meeste misdaadfamilies voorkomt. Ook bij de vrouwen. Het wordt gezien als een 'acceptabele oplossingsstrategie'. Drank en drugs vormen ook een risicofactor. Partners komen veelal uit het eigen milieu. Zoons kijken het kunstje af van pa of een broer.

Tegen die achtergrond vallen ze in hun gesloten lokale subcultuur terug op betrouwbare familie, oude vrienden en nieuwe liefdes.

Steeds groter en hardnekkiger
Het onderzoek richtte zich op wat de zeven families na de Tweede Wereldoorlog deden. Het begon in de jaren zeventig met diefstal, beroving en afpersing zoals bij de beruchte Kempenbende uit Eindhoven.

Daarna gingen ze in drugs handelen. In de jaren negentig kwamen de synthetische drugs op en daaarna ook de grootschalige wietteelt. Zo werden de Brabantse criminelen 'spelers met wereldwijde contacten'.

'Wat decennia heeft kunnen groeien is niet in een vloek en een zucht voorbij', schrijven de onderzoekers Hans Moors van EMMA en hoogleraar Toine Spapens van de Universiteit in Tilburg.