Stuifmail zondag 16 juli: zadelsprinkhaan, wezel, zilveren boomkussen, coloradokever en stadsduif

OISTERWIJK - Boswachter Frans Kapteijns vertelt wekelijks op de radio wat er op het moment in de natuur te beleven valt. Luisteraars kunnen vragen stellen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Vandaag besteedt Frans onder meer aandacht aan de zadelsprinkhaan, een wezel, een zilveren boomkussen, de coloradokever en een stadsduif.

Zadelsprinkhaan
Op de foto van Cisca en Toon van Roosmalen is een gestreept insect te zien. Het is geen tor zoals Cisca en Toon aangeven, maar een sprinkhaan. De naam is zadelsprinkhaan. Deze soort hoort bij de familie van sabelsprinkhanen. Zijn naam heeft deze sprinkhaan te danken aan de vorm van het halsschild dat erg doet denken aan een zadel. Vrouwtje kunnen maximaal 35 millimeter lang worden en mannetjes maximaal 30 millimeter. Op het menu van de zadelsprinkhaan staan vooral insecten en andere kleine diertjes. Soms gaan ze over tot het eten van plantendelen. Voor akkerbouwers is het een nuttig dier omdat 'ie in planten leeft maar voornamelijk jaagt op plantenbewonende (plaag)insecten.

Wezel
Op de foto die An Roelen instuurde, staat een van de kleine marterachtigen je met zijn prachtig kopje aan te staren. Het is of een hermelijn of een wezel. Het is een beetje lastig te zien welke van de twee het is. Het onderscheid zit hem vooral in de staart. De hermelijn heeft een zwarte punt aan de staart en de wezel niet. Dat is lastig te zien op deze foto. Toch denk ik dat het een kopje is van de wezel Dit is de allerkleinste van de marterachtigen in Nederland. Ook binnen Europa is de wezel het kleinste roofdier met zijn maximale lengte 23 centimeter. Ze hebben een slank, langgerekt lichaam. Daarnaast hebben wezels korte poten en een korte staart. Ze lijken eerder op een wat slanke, lange, snelle muis. Alleen aan hun voortbeweging kun je zien dat het geen muis is. Ze rennen met golvende bewegingen en kunnen wel sprongen van dertig centimeter maken.

Zilveren boomkussen
Op de foto die Adeline Besselink maake, zie je op het hout een soort witte bult. Dit kom je vaker tegen op oude stukken hout. De naam van deze 'bult' is zilveren boomkussen. Ondanks dat het zilveren boomkussen een vrij algemene slijmzwam is, is het toch een bijzonder ding. Het woord zwam klopt namelijk niet binnen het woord slijmzwam. Voorheen werd deze groep organismen ingedeeld in de orde van schimmels of zwammen. Dit gebeurde op morfologische kenmerken. Dankzij dna-onderzoek is aangetoond dat slijmzwammen duidelijk geen schimmels of zwammen zijn. Het zijn eerder dieren, omdat ze zich voortbewegen. Daarom worden slijmzwammen tegenwoordig als een apart rijk beschouwd, net zoals het dierenrijk of het plantenrijk. Het zilveren boomkussen hoort dus bij het rijk van slijmzwammen of Mycetozoa. Deze slijmzwam is kussenvormig en kan maximaal tien centimeter lang worden. De inhoud van het zilveren boomkussen is eerst wit, maar wordt later chocoladebruin. De buitenkant van deze slijmzwam is in het begin zilverachtig wit en wordt ook chocoladebruin.

Coloradokevers
Op de foto van Willem-Jan Joachems zie je een op een lieveheersbeestje lijkende kever, maar dan met zwarte strepen en oranjegele dekschilden. Dit is een Coloradokevers. Die behoort tot de familie van de bladhaantjes, net zoals dus het elzenbladhaantje. Coloradokevers woorden ongeveer een centimeter lang. Ze komen oorspronkelijk niet in ons land voor, maar in het zuiden van Noord-Amerika. Voorheen dacht men dat ze uit Colorado kwamen, maar via onderzoek kwam men er achter dat ze in principe van zuidelijkere streken komen. Via de grootschalige aardappelteelt - de aardappel komt oorspronkelijk uit Zuid Amerika - zijn de coloradokevers ons land al in de tiende eeuw binnengekomen. Deze kevers zijn een enorme plaag voor de aardappelteelt. Niet de volwassen kevers, maar de larven. Deze larven eten van de aardappelplant, die giftig is. Daardoor worden de larven ook giftig, zodat ze in Nederland weinig vijanden hebben.

Net uit het ei gekropen stadsduif
Op de foto van de buurvrouw van de stadsimker in Tilburg zie je een vogel die net uit het ei gekropen is. Aan vooral de snavel kun je goed zien dat het gaat om een duif. Ook de grootte van de poten geeft duidelijk aan dat het een duif is. Welke soort, dat is nog lastig in te schatten. Maar gezien de locatie stad kan ik bijna met zekerheid zeggen: een stadsduif.

Roodborsttapuit
Nicole van der Heijden maakte een filmpje van een zingende roodborsttapuit, boven in de top van een boom in de Kampina. 



Steppekiekendief
Deze zomer heeft voor het eerst een steppekiekendief in Nederland gebroed. Het is zelfs het eerste bekende broedgeval ooit in West-Europa en ook het eerste op een boerenakker. De vogels zijn eind mei ontdekt door Willem-Pier Vellinga, vrijwilliger van de Werkgroep Grauwe Kiekendief. Uiteindelijk brachten de vogels vier jongen groot in het perceel wintergerst in Groningen.

Vliegenzwammen
Zaterdag 23 september is de Europese dag van de Paddenstoel. Als het weer een beetje meezit, is eind september de meest aangewezen tijd van het jaar voor veel spectaculaire paddenstoelen zoals de vliegenzwam en eekhoorntjesbrood.

De Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV) roept iedereen die nu al ideeën heeft voor een activiteit op deze dag, op contact op te nemen.

De activiteiten zullen worden bekendgemaakt op de website AllesoverPaddenstoelen.nl. Maar nog mooier is het als de geplande activiteiten tevens worden doorgegeven aan Tintling.com.

De doelen van de Europese dag van de Paddenstoel zijn:
- Publieke belangstelling voor paddenstoelen vergroten.
- Kennis over paddenstoelen en schimmels vergroten, met extra nadruk op educatie voor kinderen.
- Centrale aankondiging van activiteiten met betrekking tot paddenstoelen(-educatie) op de Europese dag van de Paddenstoel.
- Noodzaak van bescherming van leefgebieden van zeldzame en bedreigde paddenstoelen onder de aandacht brengen.
- Traditionele volksnamen van paddenstoelen in de wereld verzamelen en beschermen.

Een dagje als boswachter

Woensdag 19 jul kunnen kinderen van 6 tot en met 12 jaar van halftwee tot halfvier 's middags als echte boswachters op watersafari. Ben je ook zo benieuwd welke waterbeestjes er leven? Een ding is zeker: in vennen leven verschillende insecten. Water uit het ven is troebel, maar met behulp van zand en steentjes zuiveren we het. Er wordt vertrokken vanaf bezoekerscentrum Oisterwijkse Bossen en Vennen aan de Van Tienhovenlaan in Oisterwijk.