Hoogopgeleiden trekken weg uit deel van Brabant: ‘Rampzalig voor de economie’

BOXMEER - Wieke (30) verhuisde drie jaar geleden van Amsterdam naar Boxmeer voor haar werk. Dominique (24) woont in Cuijk, werkte een tijdje in Eindhoven maar koos uiteindelijk toch voor een baan tien minuten rijden vanaf haar huis. Ze zijn twee van de weinigen. Want hbo’ers en mensen met een universitaire opleiding trekken weg uit het Land van Cuijk of keren na hun studie in de Randstad niet meer terug. En dat is een groot probleem.
Het aantal hoogopgeleiden in het Land van Cuijk ligt ver onder het landelijk gemiddelde. Alleen Cuijk zelf doet het wat beter. Vooral in Mill en Sint Hubert zijn relatief weinig mensen met een hbo- of wo-diploma. Ter vergelijking: landelijk zijn er 276 hoogopgeleiden per 1000 inwoners. Mill en Sint Hubert heeft er 143, Boxmeer 163 per 1000.

Dominique mist een plek waar ze andere hoogopgeleiden kan ontmoeten:


Die getallen lopen al jaren terug. Dat terwijl internationale bedrijven als Marel, Nutreco en MSD vestigingen in de streek hebben. Bovendien is het Land van Cuijk onderdeel van de AgriFood Capital, een project om van Noordoost-Brabant een topregio op het gebied van veehouderij en voedselproductie te maken.

Voorzieningen
Maar waarom is het een probleem als er weinig hoogopgeleiden in een regio wonen en werken? "Ze zijn van belang voor de economische ontwikkeling van een gemeente", vertelt emeritus hoogleraar regionale en stedelijke economie Frans Boekema. Hij noemt het wegtrekken van hoogopgeleiden 'rampzalig'. "Je kunt je algemene voorzieningen als zorg en onderwijs niet meer in stand houden."

Kleine gemeenten moeten volgens Boekema dan ook creatiever worden en beter samenwerken met de grote steden. Als voorbeeld noemt hij de samenwerking tussen Eindhoven en Waalre. "Het Land van Cuijk is nog niet doordrongen van het feit dat je moet samenwerken of anders de rekening krijg gepresenteerd."

VIDEO: Wieke wordt blij van de korte lijntjes als je in de regio werkt.


Radicale acties
Volgens burgemeester Karel van Soest van Boxmeer realiseert hij zich dat wel degelijk: "We zijn in gesprek met de HAS Hogeschool over opleidingsmogelijkheden, we hebben het Stagebureau Land van Cuijk opgericht en er is de jongerennetwerkorganisatie The Young Talent Group die met ons meedenkt", aldus Van Soest. "Want ouderen moeten niet uitvinden wat jongeren leuk vinden."

Hoogleraar Boekema vindt die eerste stapjes positief maar toch moet het eigenlijk veel radicaler en intensiever. "Als je nu niets doet wordt het alleen maar erger. Het bestuur van het Land van Cuijk moet een goed beleid voor de komende vijftien tot twintig jaar vaststellen."