‘Hoe jonger hoe gewilder’, onderzoekers ontdekken schokkende wereld van condooms en tissues

EINDHOVEN - Bossen en parkeerplaatsen in en om Eindhoven, maar ook chatsites in de digitale omgeving. Daniëlle van Went en Hettie Castelijns hebben op diverse plekken schrikbarend veel voorbeelden van jongensprostitutie gevonden. Ze maakten kennis met een praktijk die tot dan nauwelijks bekend was en alleen geheimen kende.

In drie jaar tijd is er een wereld voor hen opengegaan, een schokkende wereld van condooms en tissues en van uitbuiting en kwetsbaarheid. Van jongens die door loverboys en mannen die ‘gewoon’ een gezin hebben al dan niet onder valse voorwendselen in de prostitutie worden gelokt.

Gebrandmerkt
Beide vrouwen onderzochten namens de Eindhovense welzijnsinstelling Lumens de omvang van de jongensprostitutie. Er konden ongeveer zeventig jongens in beeld worden gebracht, knapen van 14 tot 23 jaar, zo bleek uit het onderzoeksrapport dat donderdagmiddag werd gepresenteerd.

Daniëlle van Went: “We hadden lang geen zicht op deze problematiek, maar we weten nu dat het elke dag elk uur gebeurt. Bij prostitutie gaat de aandacht vaak uit naar meisjes en dat is ook terecht, maar jongens kunnen hier net zo goed het slachtoffer van worden. Er heerst een taboe op, ook omdat homoseksualiteit en andere culturen een rol spelen. Bij de slachtoffers heb je het over jongens van 11 tot 17 jaar. Hoe jonger hoe gewilder. De vraag naar jonge jongens is enorm groot. In sommige gevallen kan in een uur driehonderd euro worden verdiend, zelfs onder dwang. Ik heb ook verhalen gehoord van een jongen, die elke keer dat hij anale seks weigerde gebrandmerkt werd, als een soort van schuld die moest worden ingelost.”

Op zoek naar bewijzen
Het kostte de twee onderzoekers wel veel energie en overredingskracht om de jongensprostitutie in kaart te brengen. De mensen die hierbij betrokken zijn zaten namelijk niet te wachten op pottenkijkers. Toch zijn de onderzoeksters doorgegaan met hun pogingen om met de jonge slachtoffers in contact te komen. Dat deden ze door een afspraak te maken via internet of door letterlijk en figuurlijk naar hen op zoek te gaan.

“Aanvankelijk keken ze raar op en renden ze weg, maar uiteindelijk hebben we met een aantal van hen een band kunnen opbouwen. Vooral, omdat we duidelijk wilden maken dat we maar één doel hebben: de jongens een stem geven. Dat we hen gaan herkennen en erkennen als slachtoffer en dat we hen proberen te overtuigen dat we in de zorg iets voor hen kunnen betekenen.”

Inloophuis voor slachtoffers
Volgens Daniëlle van Went is dat mogelijk en is het niet nodig om hiervoor opnieuw het wiel uit te vinden. In België bestaat al zestien jaar een inloophuis voor slachtoffers van jongensprostitutie en zo’n opvanggelegenheid zou ook een uitkomst zijn voor de Eindhovense scene. 

“Een plek waar ze naartoe kunnen en waar professionals werken met kennis op medisch, psychisch en maatschappelijk gebied. Het gaat immers om een aparte doelgroep die een aparte benadering rechtvaardigt. We sluiten niemand uit: al deze slachtoffers van mensenhandel zijn welkom, allochtoon of autochtoon, homoseksueel of niet. We willen ze niet aan hun lot overlaten."

Schokkende reacties
Voor de gemeente Eindhoven was het nog te vroeg om te stellen hoe het probleem het beste kan worden opgepakt. Ze reageerde wel geschokt op de resultaten. Eenzelfde geluid kwam van CoMensha. Directeur Ina Hut van dit landelijk coördinatiecentrum mensenhandel verwacht dat in heel Nederland een paar duizend jongeren in deze duistere wereld actief zijn.