Hoe werkten de griendwerkers in de Biesbosch? Een nieuw minimuseum moet dat laten zien

RAAMSDONKSVEER - Bloed, zweet en tranen moesten de griendwerkers van weleer doorstaan bij hun zware werk in de Biesbosch. Je kunt je er nauwelijks nog een voorstelling van maken. Bert Joosen, Cees van den Elshout en andere vrijwilligers van Veers Erfgoed kwamen daarom op het idee voor een mini openluchtmuseum. Op de kade van jachthaven Dok 12 in Raamsdonksveer bouwden ze een schrankhut na, inclusief poepdoos naast de deur.

De kopie van de verblijfplaats van de griendwerkers staat op de plek van waaruit ze vroeger vertrokken. "Ze hadden weinig en wat ze hadden ging mee in een kist", legt Bert uit. De Biesboschkist heeft dan ook en prominente plek in hut. "Wanneer de kist dichtging was het de tafel en de stoel tegelijkertijd", lacht Cees.

Een Griendwerker sneed als beroep in drassige gebieden de wilgentenen van verschillende soorten wilgen af. De takken en twijgen werden gebruikt voor vlechtwerk van onder andere stoelzittingen en manden. 

Knus
Een houten bak met wat stro en jutten was vroeger het bed van de griendwerkers. Bert Joosen: "Wanneer het 's-nachts koud was, lagen de mannen dicht tegen elkaar. Ze wisten niet beter want er moest brood op de plank komen." "Of een palinkje", valt Cees hem bij. "Want fuiken hadden ze altijd bij zich."   

'Beleven'
"We willen mensen een idee geven hoe het leven vroeger was. Jongens van elf of twaalf jaar moesten met hun vader mee om te helpen bij het snijden van de biezen. Veel mannen hier in de omgeving deden hetzelfde werk. Het is belangrijk dat dit verhaal vertelt blijft worden. En hier kun je het niet alleen zien maar ook ruiken en voelen',  aldus Joosen.

De Schrankkeet of hut is nog tot en met 6 januari te zien in jachthaven Dok 12 in Raamsdonksveer.