Stuifmail zondag 4 november vuurgoudhaan, zoetwatermosdiertjes, gehoornde klaverzuring en krekel

OISTERWIJK - Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur op de radio. Luisteraars kunnen vragen insturen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Vandaag besteedt Frans aandacht aan de vuurgoudhaan, een kolonie zwevende zoetwatermosdiertjes, de gehoornde klaverzuring en een nimf van een veldkrekel.

Mannetje vuurgoudhaan
Op de foto van Anneke Kievits zie je een heel mooi klein vogeltje met een gele rug en een zwart puntig snaveltje. Wat vooral opvalt, is het oranje kopje met twee zwarte banden. Daarnaast - en dat maakt het nog meer bijzonder - is onder een van die zwarte banden een witte streep te zien en dus hebben we te maken met een vuurgoudhaan-mannetje. Anneke Kievits vraagt of deze vogels zeldzaam zijn. Dat kan ik bevestigen. Gewone goudhaantjes zijn er meer, maar vuurgoudhaantjes beduidend minder. Dit zijn met hun 8,5 centimeter de kleinste vogels van Europa. Ze leven vooral van insecteneitjes. Helaas is het diertje op de foto overleden. Die was tegen een raam gevlogen, waarschijnlijk in paniek. Ik adviseer op het raam extra raamstickers bijplakken om zoiets te voorkomen.

Een zwevende kolonie zoetwatermosdiertjes (Foto: Gerien de Zeeuw)

Kolonie zwevende zoetwatermosdiertjes
Op de foto die Gerien de Zeeuw me stuurde, zie je een groot sponsachtig wezen. In eerste instantie dacht ik aan een zoetwaterkwal, maar daarvoor was dit te groot. Collega Peter Voorn heeft dit al eerder gezien en het blijkt een kolonie zoetwatermosdiertjes te zijn. Een zoetwatermosdiertje heeft een zacht uitwendig skelet van gelatineachtig materiaal en een hoefijzervormige tentakelkrans waarmee het voedseldeeltjes zoals eencellige algen uit het water filtert. De diertjes vormen vaak kolonies en zo’n kolonie hecht zich onder water vaak vast aan stenen, takken, wortels, bootjes en palen. Soms raken ze los en zweven dan door het water, zoals op deze foto. Deze diertjes komen oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Aan het eind van de negentiende eeuw zijn de zoetwatermosdiertjes voor het eerst in Hamburg - en daarmee voor het eerst in Europa - gezien. Wellicht zijn deze exoten meegekomen met zoet ballastwater van schepen.

Gehoornde klaverzuring (Foto: Janneke van Eenbergen)

Gehoornde klaverzuring
Op de derde foto zie je - alweer - een invasieve exoot: een soort klaverblaadjes. Sommige zijn een beetje rood gekleurd. We hebben te maken met de gehoornde klaverzuring. Waar de plant oorspronkelijk vandaan komt, is niet duidelijk. Veel mensen denken aan Noord-Amerika, want daar komt de soort in vrijwel alle staten voor. De gehoornde klaverzuring is een pionier die vaak open plekken opvult. Janneke van Eenbergen vraagt zich wel af hoe deze plant te bestrijden is. Allereerst wil ik haar melden dat de blaadjes van de gehoornde klaverzuring eetbaar zijn. Ze hebben een beetje een wrange smaak - vergelijkbaar met citroen - en is rijk aan vitamine C. In combinatie met andere kruiden kun je hier een heerlijke kruidenthee van zetten. De beste vorm van bestrijding is goed schoffelen. Mocht dit geen effect hebben, kun je de plaats waar de gehoornde klaverzuring staat gedeeltelijk afgraven. Mocht je dat allemaal niet willen, dan kan je goede bestrijdingsmiddelen vinden bij Biocontrole of EcoStyle.

De nimf van een veldkrekel. (Foto: Liesbeth Smans-Rooijmans)

Nimf veldkrekel
Op de foto van Liesbeth Smans Rooijmans staat een geheel zwart insect met zes poten, twee voelsprieten aan de voorkant en twee kleinere sprieten van achteren. Liesbeth heeft best wel iets unieks gefotografeerd, want ze heeft de nymf van een veldkrekel op de foto gezet. Krekels kennen net zoals libellen een onvolledige gedaantewisseling. Het diertje lijkt als het uit het ei komt al enigszins op het volwassen insect. Vrouwtjes van de veldkrekel leggen in mei hun eitjespakketjes van maximaal veertig eitjes per pakketje met behulp van een legboor in de grond. Per vrouwtje kunnen er wel duizend eitjes gelegd worden. Na ongeveer 26 dagen komen uit die eitjes de eerste nimfen uit de grond gekropen. Dat zal ongeveer in juni zijn. Deze nimfen zijn dan maar maximaal een millimeter lang. Na zes weken zijn deze diertjes al snel zo’n twintig millimeter. Deze veldkrekelnimfen verwisselen voordat ze volwassen zijn elf keer van huid. Zo’n vervelling is heel bijzonder, want de nimfen gaan met de kop omlaag aan een stengel hangen, bijvoorbeeld bij een grasspriet. Nadat ze verveld zijn, eten ze hun vervellingshuidje gewoon op. Bijzonder is dat de laatste twee vervellingsstadia na de winter plaatsvinden, dus overwintert een veldkrekel als nimf.

De gewone tandkaak. (Foto: Annemiek Roemen)

Gewone tandkaak
Op de foto die Annemiek Roemen me stuurde, zie je een mooie kleine spin met in het midden een roodroze baan. Verder valt op dat het lichaam rolrond is en dus hebben we hier te maken met een kogelspin. De familie van kogelspinnen kent over de wereld zo’n kleine 2300 soorten. De zwarte weduwe is. de bekendste hiervan. Die komt in Nederland niet voor, maar we kennen hier wel zo’n kleine tachtig andere soorten kogelspinnen. De naam van de spin op de foto is de gewone tandkaak die - in tegenstelling tot de meeste andere kogelspinnen - geen groots web maakt. Gewone tandkaken maken een wirwar van gespannen draden. Vaak kom je hen tegen onder schermbloemigen. Heel bijzonder is dat deze gewone tandkaak niet terugschrikt voor een gevecht met grotere wespensoorten.

Groote Beerze in de aardbossen
Tussen Westelbeers en Middelbeers liggen zogenoemde aardbossen. Het bos is 1,2 kilometer lang en varieert in breedte van dertig meter tot 150 meter. Het gebied wordt omringd door boerenland in de vorm van akkers en weilanden.

De naam aardbossen stamt uit de tijd van de ruilverkaveling rond de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. ‘Woest’ land dat grensde aan woonkernen werd toen ‘aard’ genoemd. Voorbeelden hiervan zijn de Aard van Oerle en de Loonse Aard. 

De aardbossen bestaan niet zomaar uit wat bomen die bij elkaar geplant zijn. Het aardbos is een restant van een oud loofbos met oude beuken en eiken. Het grootste deel is relatief nieuw aangeplant eikenbos van voornamelijk Amerikaanse eiken. Te midden van deze bomen meandert de Groote Beerze. Deze beek zorgt voor voldoende water en dynamiek in het landschap. De beek wordt gevoed door regenwater en kent dus een zeer wisselende waterafvoer. De Groote Beerze - maar ook andere beken die door het Brabantse dekzand meanderen - zorgen voor unieke ecologische situaties. De omgeving is vaak erg soortenrijk. Jozef van der Heijden maakte hier onderstaand filmpje van.


Natuurlijke begrazing
Het is meer dan 35 jaar geleden dat de eerste grote grazers geïntroduceerd werden in de Nederlandse natuur. Grote grazers zoals konikpaarden en Schotse hooglanders zijn inmiddels een bekende verschijning geworden. Uit een seminar dat FREE Nature en ARK Natuurontwikkeling hierover organiseerden, blijkt dat dit de natuur op vele manieren heeft verrijkt. Toch worden grote grazers niet overal gebruikt.

Bodemdierendagen
In ruim tweehonderd tuinen en parken vonden 856 waarnemers deze maand zo’n 7500 ‘bodemschatjes’. De resultaten van de vierde Bodemdierendagen laten interessante dingen zien: de pissebedden grijpen weer de macht, terwijl de naaktslakken dit jaar juist minder zijn gezien. Ook hadden behoorlijk wat deelnemers moeite met het vinden van alle bodemdieren. Dit heeft waarschijnlijk met de enorm droge zomer te maken.

Waar de waarnemingen gedaan zijn zie hier. Er is ook een interactieve pagina waar je alle eindresultaten – uitgesplitst per bodemdierengroep, per soort en per tuintype- kan duiken. Volgend jaar vinden er weer Bodemdierendagen plaats. Dan wordt onderzocht of het beter gaat met de bodemdieren die dit jaar last hadden van de droogte en hitte. 

Natuurtip
Woensdag wordt van twee tot vier uur 's middags een snertwandeling georganiseerd door het Markiezaat. Dat behoort tot de meest vogelrijke gebieden van Nederland. De deelnemers aan deze middag zijn vanaf kwart voor twee 's middags welkom bij bezoekerscentrum De Kraaijenberg aan de Fianestraat 21 in Bergen op Zoom. 

Deelnemers wordt gevraagd zich aan te melden. Je kunt maximaal zes mensen per aanmelding opgeven. 

Na afloop krijgen zij een kop erwtensoep geserveerd. Deelnemers krijgen het advies goed schoeisel en weerbestendige kleding aan te trekken.

Deelname kost twee euro per persoon. Voor IVN-leden en beschermers van het Brabants Landschap is deelname gratis, op vertoon van hun pasje.

Meer over dit onderwerp:
FRANS KAPTEIJNS STUIFMAIL
Deel dit artikel: