Frits Philips (100) overleden

EINDHOVEN - In zijn huis in Eindhoven is maandagavond Frits Philips (100) overleden. Hij stierf in zijn slaap. Philips was de laatste telg uit het Philips-geslacht die leiding gaf aan de multinational Philips. Van 1961 tot 1971 was hij topman van het bedrijf.

Frits Philips werd op 16 april 1905 geboren als enige zoon van Anton Philips en Annetje de Jong. Zijn vader Anton was samen met diens broer Gerard de grondlegger van het Philips-concern. Frits Philips zelf was in zijn eerste schooljaren zeker nog geen leerwonder met de capaciteiten om later een groot bedrijf te leiden. Maar dat duurde niet lang. Hij zei eens: "In de vierde klas ben ik blijven zitten. Dat heeft me uiteindelijk goed gedaan. In de vijfde klas pakte ik alles beter aan en haalde ik drie negens." Hij volgde vervolgens de HBS in Eindhoven tot 1923 en studeerde daarna aan de Technische Hogeschool in Delft. Daar behaalde hij in 1929 het diploma als werktuigbouwkundig ingenieur. Start bij firma Philips Op 1 december 1930 begon hij zijn loopbaan bij gloeilampenfabriek Philips. Een jaar later was hij al bedrijfsleider en nog vier jaar later onderdirecteur van Philips NV. Hij was binnen het concern belast met de ontwikkeling van nieuwe producten en de internationalisering van het bedrijf. De Philips-directie vluchtte in de Tweede Wereldoorlog weg uit Nederland, maar Frits Philips bleef in Nederland en werd daarom door de bevolking gezien als ‘het hoofd’ van Philips. "Mijn geloof heeft mij bevestigd dat het goed was om hier te blijven", zei hij over zijn besluit om te blijven. In de oorlog zorgde Frits Philips ervoor dat 382 van de 496 gedeporteerde joodse Philips-werknemers levend terugkeerden. In januari 1996 kreeg hij daarom de Yad Vashem-medaille. Philips: "Dat was voor mij een erkenning dat het beleid goed was geweest." Handel met de Duitsers Onder leiding van diezelfde Frits Philips leverde het elektronicaconcern voor, tijdens en na de oorlog vele producten aan de Duitsers. Dat deed zijn reputatie zeker geen goed. Op 6 december 1942 kreeg Philips de rekening gepresenteerd voor het handelen met de Duitsers. De geallieerden bombardeerden fabrieken van Philips in Eindhoven. Philips’ reactie daarop, jaren later: "Erg naar dat het gebeurde. Iedereen vond het rot dat de bombardementen werden uitgevoerd door de eigen geallieerden. De Engelsen dachten dat de Philips-fabrieken belangrijk waren voor de Duitse oorlogsproductie en daarom stonden onze fabrieken op het lijstje om gebombardeerd te worden." In 1943 werd Frits Philips zelf, samen met de rest van de directie, gevangen genomen en naar het seminarie in Haaren gebracht. Later werd hij vervoerd naar het kamp in Sint-Michielsgestel. Hij kreeg vlak daarna zijn vrijheid terug, maar moest als tegenprestatie wel zelf aftreden bij Philips. (Na de oorlog nam hij zijn vertrouwde functie weer in.) Onder enige druk van de Duitsers vestigde het bedrijf in 1943 een werkplaats in concentratiekamp Vught. Naar eigen zeggen ‘om het leven van de gevangenen draaglijk te maken’. Gevangenen moesten daar onder meer radiobuizen maken. Ereburger Ondanks dat de houding van Frits Philips in de oorlog altijd omstreden is geweest, kon hij rekenen op sympathie van de Eindhovenaren. Een uiting daarvan was zijn ereburgerschap van Eindhoven bij gelegenheid van zijn zestigste verjaardag. Elf jaar later, in 1971, trad Frits Philips terug als president-directeur van het Eindhovense bedrijf. Naar aanleiding van het 100-jarig bestaan van Philips schonk de gemeente Eindhoven de Raad van Bestuur van Philips de keuze van de naamgeving van een nieuw muziekcentrum. De directie besliste dat het muziekcentrum gedoopt zou worden tot Muziekcentrum Frits Philips. Op 2 september 1992 opende koningin Beatrix het Muziekcentrum Frits Philips. Nederlandse ondernemers riepen Frits Philips in 1999 uit tot ‘beste ondernemer'van de eeuw. Teruggetrokken bestaan De laatste jaren leidde Frits Philips een teruggetrokken bestaan op landgoed De Wielewaal in Eindhoven. Alleen bij bijzondere gebeurtenissen trad hij nog in de openbaarheid. Zoals bij het kennismakingsbezoek van prinses Máxima en prins Willem-Alexander aan Eindhoven. Ook was Philips af en toe nog te zien op de tribunes bij ‘zijn’ PSV (Philips Sport Vereniging). Kleine Frits verrichtte als jongetje van vijf in 1911 de aftrap van de eerste wedstrijd van PSV. 100 jaar Aan de dood dacht Philips naar eigen zeggen zijn 'hele leven'. "Ik ben niet bang om te sterven." Op 16 april van dit jaar vierde Meneer Frits, zoals hij liefkozend werd genoemd, zijn honderdste verjaardag. Dat gebeurde bij hem thuis op landgoed De Wielewaal. Op die dag was Eindhoven omgetoverd tot 'Frits Philipsstad'. Tienduizenden belangstellenden toonden op hun eigen manier respect voor de eeuweling. Hijzelf genoot enorm van deze aandacht; slechts enkele activiteiten die voor hem werden georganiseerd kon hij bijwonen. 's Avonds stal hij de show bij een speciaal voor hem gehouden concert in het Muziekcentrum Frits Philips te Eindhoven. Op zijn landgoed De Wielewaal kwam Frits Philips op 12 november ten val. Enkele weken later overleed hij in zijn slaap. Omdat Frits Philips zijn hele leven een grote PSV-fan was, hielden de supporters dinsdagavond voor de voetbalwedstrijd PSV - Fenerbahçe een minuut stilte.
Deel dit artikel: