Topambtenaar: niemand mocht stikken door gebrek aan ic-plekken • Coronaverhoren woensdag verder
Topambtenaar: nooit wat gebeurd met stapel adviezen
Topambtenaar Roscam Abbing had samen met andere ambtenaren "een stapel adviezen" klaar voor het kabinet over hoe we de volgende keer met een crisis zoals de coronapandemie zouden moeten omgaan. De timing ervan was alleen ongelukkig, omdat op dat moment net het kabinet-Rutte IV aantrad.
"Het nieuwe kabinet was veel minder bezig met covid, het was ook een aflopende zaak. Niemand nam er politieke politieke verantwoordelijkheid voor de adviezen", vertelt Roscam Abbing.
De topambtenaar vindt dan ook dat er te weinig teruggeblikt is op de crisis, zeker omdat er zoveel mensen in de problemen zijn geraakt door corona. "Het grootste deel van de samenleving ging over tot de orde van de dag. Terwijl het belangrijk is stil te staan bij de impact die de crisis heeft gehad."
Het verhoor met Roscam Abbing is voorbij, woensdag gaat de coronacommissie weer verder. Dan zijn Tamara van Ark, voormalig minister Medische Zorg en Wouter Koolmees, voormalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de beurt.
Topambtenaar: 'Rode lijn was dat mensen zouden stikken door gebrek aan plek op ic'
Roscam Abbing bestrijdt het beeld dat er tijdens de coronacrisis te weinig aandacht is geweest voor de maatschappelijke gevolgen van de coronamaatregelen. "Dat was echt niet mijn ervaring", zegt hij tegen de coronacommissie. "Het was alleen heel moeilijk."
Volgens de topambtenaar had toenmalig premier Rutte een duidelijke rode lijn aangegeven tijdens de overleggen: hij wilde niet dat er mensen zouden stikken doordat er geen plek meer was op de intensive cares in de ziekenhuizen. "Dat was een duidelijke rode lijn, die hij in meerdere overleggen heeft herhaald."
Toch probeerde het kabinet volgens Roscam Abbing zoveel mogelijk de samenleving open te houden. "Het Outbreak Management Team stelde bijvoorbeeld voor om de scholen te sluiten. Dat zou iets van 40 doden schelen."
Maar dat deed het kabinet niet. "Om langetermijnschade bij kinderen te voorkomen", zegt Roscam Abbing. "Dat zijn beslissingen op leven en dood die je dan moet nemen."
Coronacommissie vraagt zich af: wanneer werden de besluiten nu echt genomen?
Tijdens de coronacrisis waren er op heel veel momenten overleggen van ministers en hoge ambtenaren. De leden van de coronacommissie proberen helder te krijgen bij welk overleg beslissingen over de maatregelen nu precies werden genomen.
Volgens topambtenaar Roscam Abbing gebeurde dat in ieder geval niet bij Torentjesoverleg. Dat was vooral informeel, waarbij "met de benen op tafel" de laatste stand van zaken werden uitgewisseld. Het Catshuisoverleg was volgens hem veel belangrijker.
"Daar werd duidelijk waar wel of geen steun voor was en hadden we een duidelijk beeld waar het naartoe zou gaan." Toch konden er daarna nog dingen veranderen. Het formele besluit werd volgens hem dan ook door de Ministeriële Commissie genomen.
Domme ideeën
Van het Torentjesoverleg en Catshuis zijn geen notulen gemaakt, waardoor nu niet meer duidelijk is wat er precies is besproken. Roscam Abbing vindt dat een goede zaak. "Ik vind het heel belangrijk dat je informeel van gedachten kan wisselen", zegt hij tegen de commissie. "Anders durven mensen geen domme ideeën meer te hebben."
Hij sluit hier aan bij de mening van oud-RIVM-directeur Jaap van Dissel. Die vindt het goed, vertelde hij aan de commissie, dat ook het Outbreak Management Team (OMT) in alle vertrouwelijkheid heeft kunnen overleggen.
'De coronacrisis viel keer op keer tegen'
Topambtenaar Mark Roscam Abbing vertelt aan de coronacommissie dat zijn team zich niet met de kortetermijnmaatregelen rond corona mocht bemoeien. "Er was heel sterk de wens om een langetermijnvisie te behouden en meer aandacht te besteden aan de sociaal-economisch-maatschappelijke factoren", zegt hij. "Dat werd expliciet bij ons belegd."
Zo kreeg hij bij aanvang van zijn functie in oktober 2020 vrijwel meteen de vraag of hij een plan kon bedenken om mensen toch nog op een of andere manier samen kerst te kunnen laten vieren. "Mensen hadden daar enorm behoefte aan, dus wij hadden gesprekken over hoe we daar richtlijnen voor konden bedenken", zegt Roscam Abbing.
Al dat werk bleek uiteindelijk voor niets. "Die kerst zaten we in de zwaarste lockdown die we achteraf hebben meegemaakt, zo snel veranderde het perspectief", vertelt hij. "De coronacrisis viel keer op keer tegen."
Topambtenaar Roscam Abbing moest kijken naar het maatschappelijk perspectief
Mark Roscam Abbing is om 14:00 uur aan de beurt. Hij werd in oktober 2020, toen de coronapandemie dus al even bezig was, benoemd tot programma-directeur generaal Samenleving en Covid. Hij ging over de covid-strategie, de nadruk lag daarbij op het maatschappelijk perspectief.
De topambtenaar hield zich tijdens de coronacrisis ook al bezig met de periode ná de coronapandemie. Wat waren de gevolgen op de lange termijn? Welke groepen hebben de meeste last van de pandemie en de lockdowns gehad? Hoe kan dat een volgende keer beter?
Om daarachter te komen, organiseerde hij zogeheten 'dialoogtafels'. Daar mochten allerlei mensen aan lokale bestuurders vertellen hoe zij de coronacrisis beleefden en wat er beter kon. "Er was een risico dat mensen chagrijnig of verdrietig zouden zijn, we zaten immers midden in de stevigste lockdown", vertelde Roscam Abbing daarover aan Binnenlands Bestuur. "Maar de gesprekken waren positief."
Nu zal Roscam Abbing dus als getuige voor de coronacommissie terugblikken op deze periode. Inmiddels heeft hij een nieuwe topbaan bij de overheid: hij is directeur-generaal Landelijk Gebied en Stikstof bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Bruls vindt dat Ruttes rol groter had gemoeten
Bruls vindt dat de crisisbestrijding meer bij premier Rutte had moeten liggen en minder bij het ministerie van Volksgezondheid. Dat zei hij in het laatste 'reflecterende' deel van zijn verhoor.
Op die manier kan je beter voorbij alleen de gezondheidsaspecten kijken, denkt Bruls. "Het was bij aanvang een gezondheidscrisis, maar al snel een maatschappelijke crisis."
Als voorzitter van het Veiligheidsberaad had Bruls het zelf niet anders gedaan, zei hij. "Ik heb gedaan wat ik kon." De bestuurder stelde dat het beraad heeft gewerkt als een "tegenmacht" voor het kabinet.
Wel denkt Bruls dat bestuurders, ook hij, misschien meer twijfel hadden moeten tonen. "Laat de dilemma's doorklinken, dan krijg je meer begrip."
'Een gruwel', zegt Bruls over burgemeester die niet meer wilden handhaven
Eind 2021 ging Nederland voor de derde keer in lockdown, vanwege de omikron-variant van het coronavirus die rondging. Deze omikron-lockdown kwam voor het Veiligheidsberaad "onverwacht", zei Bruls tegen de commissie.
Veel andere landen kozen destijds niet voor een nieuwe lockdown en er waren dan ook burgemeesters die de noodzaak niet zagen. Uiteindelijk stemde het Veiligheidsberaad wel in, maar met de aantekening dat er zo mogelijk moest worden versoepeld.
Toch waren er in die tijd burgemeesters die zeiden dat ze niet meer gingen handhaven. Bruls had er geen goed woord voor over. "Een gruwel", zei hij. "Ik heb daar helemaal niks mee, afkeurenswaardig, je zet collega's in hun hemd."
De gelederen werden gesloten rond de avondklok
In januari 2021 werd de avondklok ingevoerd door het kabinet. Binnen het Veiligheidsberaad was er twijfel over die ingrijpende maatregel, en ook bij Bruls zelf. "Het was buitengewoon verregaand", aldus de burgemeester. "Je berooft mensen van een grondrecht zonder heel goed aan te tonen waarom."
Hijzelf raakte overtuigd vanwege het "indirecte effect dat verplaatsingen lastiger werden, waardoor groepsvorming lastiger werd". In groepen vonden destijds veel besmettingen plaats. "Maar het ging met alle pijn en moeite, ik ben er ook nooit gelukkig mee geweest."
Binnen de groep van 25 voorzitters van de veiligheidsregio's was geen overeenstemming. Sommige burgemeesters vreesden spanningen, een vrees die bewaarheid werd, want er kwamen inderdaad 'avondklokrellen'.
Kippenvel
Wat betreft besluitvorming in het Veiligheidsberaad is het niet gelukt om iedereen te overtuigen, maar er werd wel afgesproken "om de gelederen te sluiten", vertelt Bruls. "We deelden de overtuiging dat dit de goede maatregel was niet echt tot in de vezels", zei hij.
Hoewel het principieel dus ingewikkeld lag was de avondklok wel "heel robuust", herinnert hij zich. Relatief makkelijk te handhaven dus. "Het heeft best goed gewerkt als maatregel. Of het effectief is geweest, dat bewijs kan ik niet leveren."
Maar er kwamen dus wel rellen in een aantal steden. "Dat was een optelsom", denkt Bruls. "De druppel die de emmer deed overlopen." Voor veel burgemeesters was dit een zware tijd, zei Bruls. "Ik krijg er nog kippenvel van."
Uiteindelijk gold de avondklok (tussen 21.00 uur en 04.30 uur binnenblijven) ruim drie maanden in Nederland.
Mondkapjesplicht in Amsterdam en Rotterdam
In de zomer van 2020 wilden de burgemeester van Amsterdam en Rotterdam een mondkapjesplicht instellen op drukke plekken. Het kabinet was daar niet enthousiast over, herinnert Bruls zich, maar uiteindelijk gebeurde het toch.
"Het kabinet baseerde zich op het OMT dat zei dat er geen bewezen meerwaarde was", zei Bruls over het overleg destijds. "Maar er kwam wel ruimte voor lokale experimenten."
Bruls zelf had ook enige moeite met regionale maatregelen, omdat het moeilijk uit te leggen is aan mensen. "Het is onbegrijpelijk als je zegt: in gebied X hebben we een streng beleid en 50 km verder is het flierefluiten." De bestuurder wijst erop dat grote landen als de VS en China geschikter zijn om regionale verschillen te maken in beleid.
Hoe kwam het dan dat er toch ruimte ontstond voor het experiment, wil de commissie weten. Volgens Bruls kwam dat doordat de discussie al in de openbaarheid was gekomen en dat burgemeesters simpelweg de bevoegdheid hadden. Bovendien deden landen om ons heen het al wel. "Dat was een belangrijk argument dat op tafel kwam."
'Er gebeurde sociaal ook iets' zag Bruls in 2020
In 2020 dachten burgemeesters ook na over de gevolgen van het coronabeleid voor jongeren. "Als dit langer doorgaat, hoe moet je als samenleving dan leven? En dat ging ook over jongeren."
Bruls zei in zijn verhoor dat destijds al de gedachte leefde dat de maatregelen jongeren hard troffen, zeker omdat ook scholen werden gesloten. "We hadden door dat er ook sociaal iets gebeurde. Het werd een brede maatschappelijke crisis."
De Nijmeegse burgemeester deed destijds in de media een oproep om beter naar de positie van jongeren te kijken. Of de oproep effect had op het kabinet, zei Bruls niet te weten.
Bruls vond versoepelingen te snel gaan
In de zomer van 2020 werden maatregelen versoepeld, en dat ging Bruls wat te snel. "Laten we nou niet van het ene uiterste - alles dicht - naar het andere uiterste - alles open - gaan", was destijds het gevoel van de bestuurder.
Bruls doelde daarbij vooral op evenementen, die weer door mochten gaan. "De basis bleef wel bestaan", zei Bruls, doelend op bijvoorbeeld de anderhalve meter.
Het kabinet wilde in mei aankondigen dat er in juni weer evenementen konden plaatsvinden, maar dat was volgens Bruls niet haalbaar omdat er dan te weinig tijd was om vergunningen rond te krijgen. Er is toen gevraagd aan het kabinet om dit mee te nemen in de communicatie om verwarring te voorkomen.
Wat hem in die tijd ook niet lekker zat was dat de landelijke crisisstructuur "op een waakvlam" werd gezet. In de veiligheidsregio's werd dat anders gedaan. "Wij zijn daar niet in mee gegaan, want het virus was niet weg."
Bruls: maatregelen moesten voor ons duidelijk zijn
Bruls vertelt in zijn verhoor over de eerste maatregelen die in maart werden genomen, door de overheid, maar ook door organisaties zelf.
Op 12 maart kwamen de eerste landelijke maatregelen, onder meer werden bijeenkomsten met meer dan 100 mensen afgelast. Daarover had Bruls naar eigen zeggen nog niet echt meegepraat. "Het ging toen heel snel."
In die tijd kozen organisaties ook zelf voor maatregelen. Zo gingen bioscopen op eigen initiatief dicht en werden congressen afgelast, herinnert Bruls zich. Later kwamen er noodverordeningen waarmee maatregelen werden afgedwongen.
De burgemeesters van het Veiligheidsberaad moesten de aangekondigde maatregelen uitwerken in die noodverordeningen die lokaal werden ingesteld. Dat was soms een race tegen de klok, zei Bruls. "Ik vind dat zelf geen groot drama", zei hij ook. "Het hoort bij een crisis. Bij een crisis gaan dingen niet helemaal volgens het boekje."
Bruls zegt dat het voor het Veiligheidsraad vooral belangrijk was of een maatregel duidelijk was en niet voor allerlei interpretatie vatbaar zou zijn.
Bruls hoorde Brabantse tongval in Nijmegen
Bruls, die naast voorzitter van het Veiligheidsberaad ook burgemeester van Nijmegen was, zag al snel dat een lokale aanpak van corona niet zou werken. "Het viel me op dat er in Nijmegen veel mensen met een Brabantse tongval waren", zegt Bruls in zijn verhoor.
In maart 2020 laaide het virus op in Brabant, terwijl de rest van het land nog weinig merkte. Destijds zaten Brabantse bestuurders al samen om maatregelen te treffen. "Die hebben heel veel opgepakt."
Bruls verklaarde tegen de commissie dat het veiligheidsberaad voor 2020 ook weleens had gesproken over pandemieën en ziektes. Er waren wel crisisplannen, maar die waren niet toegespitst op dit soort gezondheidscrises. Volgens Bruls heeft dat ook niet veel zin "omdat de volgende pandemie er toch altijd weer anders is".
Regionaal
De aanpak van crises is in Nederland grotendeels regionaal of lokaal geregeld, zei Bruls ook, omdat de meeste crises nou eenmaal niet landelijk zijn. Corona was wel landelijk, maar volgens Bruls was er "geen tijd om een strakke landelijke aanpak op te zetten".
Begin maart 2020 werd dan ook al duidelijk dat de veiligheidsregio's een belangrijke rol kregen in de coronacrisis. "Zonder dat we konden beseffen wat het precies ging betekenen."
'Opperburgemeester' Hubert Bruls
Hubert Bruls is de eerste die in de tweede week wordt gehoord door de commissie. De CDA'er was in de coronacrisis burgemeester van Nijmegen en voorzitter van het Veiligheidsberaad van 25 veiligheidsregio's in Nederland. De veiligheidsregio's hadden als taak om de coronamaatregelen van het kabinet uit te voeren en te handhaven, zoals de mondkapjesplicht en de avondklok.
Als voorzitter van de veiligheidsregio's sprak Bruls mee over de uitvoerbaarheid van maatregelen en probeerde ook ingrijpende maatregelen nog bij te sturen.
Zo werd Bruls een steeds bekender gezicht in de coronacrisis, ook omdat hij regelmatig in de pers uitlegde wat de kabinetsmaatregelen in de praktijk zouden betekenen. Bruls is wel eens de opperburgemeester van Nederland genoemd en kreeg lof, maar ook stevige kritiek. Hij is nog steeds burgemeester van Nijmegen, inmiddels in zijn derde termijn. In 2023 is hij gestopt als voorzitter van het Veiligheidsberaad.
Oud-premier Rutte komt vrijdag
Deze week behandelt de enquêtecommissie het thema 'de organisatie van de corona-aanpak'. Dit is de agenda:
- Vandaag: Hubert Bruls, voormalig voorzitter Veiligheidsberaad (10.00 uur) en directeur-generaal Samenleving en Covid-19 Mark Roscam Abbing (14.00 uur)
- Woensdag: Tamara van Ark, voormalig minister Medische Zorg (10.00 uur) en Wouter Koolmees, voormalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (14.00 uur)
- Vrijdag: Dick Schoof, voormalig secretaris-generaal ministerie van Justitie en Veiligheid (10.00 uur) en voormalig premier Rutte (14.00 uur)
'Het begin van de pandemie' zit erop
Vorige week, en de vrijdag ervoor, sprak de commissie acht getuigen over het begin van de pandemie.
Lees hier terug hoe sommige "loodzware besluiten" in die eerste weken tot stand kwamen:
En lees via deze link het liveblog van vorige week terug.