'Moslima Leila Kallal wél gediscrimineerd om hoofddoek door Roosendaalse uitzendbureau All In'

ROOSENDAAL - Het Roosendaalse Uitzendbureau All In dat stagiaire Leila Kallal weigerde omdat ze mogelijk een hoofddoek wilde dragen, is schuldig aan discriminatie op grond van godsdienst. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens woensdag.
De Zeeuwse Kallal solliciteerde in februari bij het uitzendbureau. Ze werd door het uitzendbureau gewaarschuwd dat een hoofddoek voor pesterijen zou kunnen zorgen door met name Poolse werknemers van het bureau. Daarom zou het niet verstandig om haar de stageplaats te geven.

Opgenomen telefoongesprek
Na haar sollicitatiegesprek belde Kallal nog eens naar het uitzendbureau om haar ongenoegen te uiten. Ze nam het gesprek op. Uit het verslag blijkt dat de vestigingsmanager niet heeft gezegd dat de Leila Kallal wél welkom is om stage te komen lopen mét hoofddoek.

De vestigingsmanager liet weten dat het uitzendbureau 'een Nederlands bedrijf is' en dat 'zij dit mag eisen van werknemers'.

Verbieden mag alleen in uitzonderlijke gevallen
Volgens het college is Kallal afgewezen, omdat ze vanwege godsdienstige reden niet aan de voorwaarde kon voldoen. En dat mag niet. "Een werkgever mag alleen in heel uitzonderlijke gevallen een hoofddoek verbieden. Bijvoorbeeld vanwege de veiligheid."

De zaak veroorzaakte veel ophef. Kallal deed aangifte en kreeg steun van PvdA-minister Lodewijk Asscher en PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch. Eerder oordeelde het Openbaar Ministerie dat het opgenomen telefoongesprek onvoldoende bewijs opleverde voor discriminatie. De vestigingsmanager wordt dan ook niet vervolgd.