Directeur LSO: "Provincies en rijk aan zet voor toekomst orkesten."
Directeur Henri Broeren van Het Limburgs Symfonieorkest denkt niet dat hij het in de komende tijd eens wordt met zijn collega Arthur van Dijk, de directeur van Het Brabants Orkest. "We denken heel anders over de toekomst van de orkesten," zegt hij. "De provincies en het Rijk zullen de keus moeten maken."
Het Brabants Orkest stelde donderdag voor om de twee orkesten samen te voegen tot één organisatie met een grote groep musici waaruit wisselende ensembles gevormd kunnen worden. Op die manier kan de organisatie snel reageren op de markt en de verlangens in de regio.
Eigen klank
Broeren wil dat de twee orkesten apart blijven bestaan. Volgens hem is dat essentieel om de kwaliteit en de eigen klank te behouden die de orkesten tot nu toe hebben opgebouwd en om de band met het eigen publiek in stand te houden. Die twee aparte orkesten zouden wat hem betreft wel in één organisatie ondergebracht kunnen worden.
Provincies moeten betalen
De grote overeenkomst tussen de plannen van beide orkesten is de grote financiële rol die de provincies toebedeeld krijgen. In beide plannen zouden de provincies Noord-Brabant en Limburg samen 3 miljoen euro moeten bijdragen aan de orkesten. Tot nu toe was de financiering van symfonieorkesten vooral een zaak van het rijk. Broeren noemt die nieuwe benadering 'een ingrijpende systeemwijziging'.
Zeven miljoen
Wat Broeren betreft, is het nu dan ook aan de provincies om het overleg tussen de orkesten weer vlot te trekken. Hij verwacht dat de Raad voor Cultuur desgevraagd ook eerder met een advies zou kunnen komen dan in mei.
Het rijk heeft vanaf 2014 per jaar zeven miljoen euro beschikbaar voor symfonieorkesten in Zuid-Nederland. Dat is net voldoende voor één orkest.