Meer stank door veehouderij in 20 Brabantse gemeenten
In twintig Brabantse gemeenten stinkt het nu meer naar vee dan in 2005. Dat blijkt uit cijfers die de provincie heeft gepresenteerd. Over het geheel genomen daalt in Brabant de geurhinder en de uitstoot van ammoniak en fijnstof, maar die daling is volgens provinciebestuurder Johan van den Hout 'minder dan gehoopt'.
De gemeenten waar de stank is toegenomen, liggen vooral in Oost- en Midden-Brabant waar veel intensieve veehouderij is. Het gaat bijvoorbeeld om Asten, Uden, Cuijk, Oirschot, Cranendonck en Landerd. Maar ook in Roosendaal en Halderberge is sprake van meer stank. De provincie wil uitzoeken hoe het komt dat het in de andere 47 gemeenten wel lukt om de stank terug te dringen.
RundveehouderijDe ammoniakuitstoot door varkenshouderij neemt af, door het toepassen van luchtwassers, waarmee lucht gezuiverd wordt. Maar de rundveehouderij zorgt juist voor meer ammoniak. Provinciebestuurder Johan van den Hout maakt zich dan ook zorgen om het afschaffen van het systeem van melkquota. Hij vreest dat er daardoor nog meer koeien in Brabant zullen komen.
Van den Hout ziet de cijfers die hij woensdag presenteerde als een 'wake up call' voor staatssecretaris Bleker van Landbouw. "We moeten alles op alles zetten om aan onze internationale afspraken te voldoen".
Steeds groter Uit cijfers van de provincie blijkt dat het aantal bedrijven in 2010 is afgenomen met 283 ten opzichte van 2009. Maar de economische omvang is toch licht gestegen omdat bedrijven gemiddeld steeds groter worden. Van den Hout hoopt dat volgend jaar veel boeren zullen stoppen omdat er strengere regels gaan gelden op het gebied van dierwelzijn en uitstoot van ammoniak. Volgens hem is het terugdringen van het aantal dieren de beste manier om het leefmilieu in Brabant te verbeteren.
