Museum laat Bredaas kermisorgel opknappen
Als Toon Heesbeen het pas gerestaureerde orgel inschakelt, begint het mechanisme te knarsen en te ratelen. Na drie seconden begint de muziek. Het is alsof het instrument even op gang moet komen, even adem moet halen.
Maar dan klinkt het ook prima. Misschien een beetje te hard voor de besloten ruimte van Toons werkplaats maar het is dan ook niet voor niets een kermisorgel. "Het is gebouwd om boven de geluiden van de kermis uit te jubelen," zegt Johanna Jacobs van het Breda's Museum.
Carl FreiHet Carl Frei-kermisorgel is in 1925 gebouwd. Het Breda's Museum kon er onlangs de hand op leggen en na een verblijf van ruim een jaar in de Hilvarenbeekse restauratiewerkplaats van Toon verhuist het instrument maandag richting Breda.
Het museum was al een poosje op zoek naar een orgel. In de tijd tussen de twee wereldoorlogen had de beroemde orgelbouwer Carl Frei een werkplaats aan de Terheijdensewegen en hij was niet de enige. In de naaste omgeving waren er nog twee bedrijven die draaiorgels, kermisorgels en dansorgels bouwden.
Originele staatMakkelijk was de zoektocht niet, vertelt Johanna Jacobs. De orgels werden intensief gebruikt en werden dus regelmatig verbouwd en vernieuwd. En een museum wil nu eenmaal een exemplaar dat nog zo veel mogelijk in originele staat is.
Dat betekende dus ook extra werk voor Toon Heesbeen. Bij veel orgels die hij onder handen neemt, kan hij nieuwe onderdelen gebruiken. In dit geval vroeg het museum hem zo veel mogelijk met de bestaande onderdelen te werken.
Houtworm Helemaal lukte dat overigens niet laat Toon zien. "Van buiten zag het er allemaal mooi uit", zegt hij. "Maar de binnenkant had last van beestjes." En hij laat een stuk hout zien waar talloze gaatjes in zitten. "Houtworm."
Inmiddels is de klus geklaard en kan het orgel naar het museum. Heesbeen is tevreden. "Het is een klein orgel", zegt hij. "Maar wel een kanjer in z'n klasse."
