Brabantse boeren starten extra bedrijf om hoofd boven water te houden
Op het Brabantse platteland is een leegloop aan de gang. Sommige boeren stoppen omdat hun bedrijf niet overgenomen wordt. Ook blijkt dat een groot aantal boerenbedrijven op de lange termijn niet meer rendabel is. Om het hoofd toch boven water te kunnen houden, starten steeds meer Brabantse boeren een tweede bedrijf.
Boer Jan van Esch heeft een klein melkveebedrijf in Heukelom, bij Oisterwijk.
Agrarische kinderopvangHet is nu nog een gezond boerenbedrijf, maar met alleen de boerderij zou hij het over een paar jaar niet meer redden. "Tien jaar geleden realiseerde ik me dat ik een nieuwe weg in moest slaan met mijn bedrijf", aldus Van Esch. "Over een paar jaar zullen de inkomsten van mijn melkveebedrijf zo ver teruggelopen zijn, dat ik mijn gezin er niet meer van kan onderhouden."
RegelgevingVan Esch heeft op moeten boksen tegen de strenge regelgeving van de provincie. Want om een kinderopvang op het platteland te starten, moest het bestemmingsplan aangepast worden. "Het heeft ons bijna vijf jaar geduurd voordat alle vergunningen rond waren." Als dat niet gelukt was, dan had hem dat zeker de kop gekost.
Inmiddels gaan de zaken in Heukelom beter dan ooit tevoren. De kinderopvang van de boerenfamilie heeft plek voor ruim 150 kinderen en draait als een tierelier. "Ik mag het misschien niet zo zeggen, maar het is ons hoofdbedrijf geworden."
Geen overnameOok de familie Van Asseldonk uit Boerdonk heeft hun jongveebedrijf uitgebreid. Het is nu een sport- en spelboerderij. Volgens boerenzoon Dirk van Asseldonk zou de boerderij van zijn ouders zonder de uitbreiding over een paar jaar niet meer rendabel zijn. De boerenfamilie uit Boerdonk had door de versoepelde regelgeving bijna geen moeite om de bestemming van hun land te veranderen.
Dirk, zelf sportinstructeur van beroep, kreeg de vraag van zijn ouders of hij het bedrijf in de toekomst over wil nemen. Dat ziet hij nu wel zitten. Een goed teken, want anders had ook deze boerderij over een paar jaar de pijp aan Maarten moeten geven.
