Ontdek

Geschil in geiten- en schapenbranche over bijdragen Q-koortsonderzoek

6 november 2012 om 17:04 • Aangepast 16 september 2025 om 20:24

De kleinere geiten- en schapenhouders in ons land willen niet langer meebetalen aan tankmelkonderzoek bij grote bedrijven in hun sector. Het onderzoek is nodig om de Q-koortsbacterie op te sporen.

Profielfoto van Redactie
Geschreven door
Redactie

In enkele jaren tijd zijn duizenden mensen in vooral Oost-Brabant ziek geworden van Q-koorts. De grote geiten- en schapenbedrijven worden gezien als de belangrijkste verspreider van de bacterie. De kleinere houderijen willen niet langer meer opdraaien voor de kosten die dit met zich meebrengt.
Helft nodig voor onderzoekDe bedrijven zijn verenigd in het platform Kleinschalige Schapen- en Geitenhouders (KSG). Hun bijdragen gaan naar het Diergezondheidsfonds. De helft van de uitgaven van het fonds is nodig voor onderzoek naar de Q-koorts bij de grotere schapen- en geitenbedrijven.
De Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) is het niet eens met het platform. "De kracht van het fonds is juist de collectiviteit. De volgende keer kan de situatie zomaar andersom zijn", reageerde Jeannette van de Ven uit Oirschot, voorzitter van de vakgroep geitenhouderij van de LTO.
Geld ook bedoeld voor 'monitoring'Het productschap Vee en Vlees liet weten dat het Diergezondheidsfonds bedoeld is voor calamiteiten, maar ook voor monitoring. "Het pakt nu zo uit, maar het is in lijn met de afspraken", aldus een woordvoerder.

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.