Provincie koopt erfgoedcomplexen in Oisterwijk, Dongen en Veghel
Met het geld dat is verdiend aan de verkoop van aandelen Essent wil het provinciebestuur voor bijna 21 miljoen euro drie erfgoedcomplexen kopen. Het gaat om het CHV-complex in Veghel, het terrein van de oude leerfabriek; het KVL-complex in Oisterwijk en het Moederhuis van de Franciscanessen in Dongen.
De provincie wil de drie monumentale gebouwen herbestemmen, zodat ze behouden blijven voor toekomstige generaties.
Eerder aangekochte gebouwenHet zijn niet de eerste gebouwen die de provincie met Essent gelden heeft gekocht. In maart van dit jaar kocht de provincie voor acht miljoen euro een klooster in Roosendaal en een oude electriciteitscentrale in Geertruidenberg.
Ook de komende jaren wil de provincie doorgaan met het herbestemmen van leegstaande kloosters, kastelen, kazernes, forten en fabrieken in Brabant. Als het maar iconen zijn waarvan het belangrijk is dat ze behouden blijven voor de toekomst. De bedoeling is dat de provincie eigenaar wordt van de gebouwen voor maximaal vijf tot zeven jaar en zo de gebouwen met andere partijen kan ontwikkelen en veiligstellen voor de toekomst en het daarna doorverkoopt aan de deelnemende partijen en met dat geld weer nieuwe gebouwen aankoopt. Voor ieder aangekochte gebouw is een concept ontwikkeld.
KVL-terreinZo moet het KVL-terrein een plek worden waar op ambachtelijke werkplaatsen zich vestigen. De provincie is eigenaar van de gebouwen met drie hectare grond. De gemeente is straks eigenaar van de overig acht hectare grond. Daar komen huizen. De aankoop van het terrein kost de provincie 9,9 miljoen euro.
Het CHV-terrein wordt deels aangekocht voor 7,7 miljoen euro. In het gebouw op het CHV-terrein in Veghel krijgen cultuur, entertainment, horeca, openbare ruimte, werken en leren een plek en in het Moederhuis van de Franciscanessen komt een woonzorgcomplex. Dat laatste gebouw koopt de provincie voor de helft voor 3,3 miljoen euro. De andere helft blijft in handen van de congregatie Zusters Franciscanessen.
De plannen worden allemaal nog voorgelegd aan Provinciale Staten.
