Brabantse gemeenten verwachten 26 miljoen euro meer aan OZB
Brabantse gemeenten verwachten dit jaar gezamenlijk zo'n 26 miljoen euro méér op te halen aan OZB dan vorig jaar. Dat de huizenprijzen al jaren op rij kelderen, is voor de gemeenten geen reden om wat voorzichtiger te begroten, zo blijkt uit een analyse van alle gemeentebegrotingen voor 2013 door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
In totaal rekenen de 67 Brabantse gemeenten in 2013 op 462 miljoen euro aan OZB. Zes jaar geleden, toen een gemiddeld huis tienduizenden euro's meer waard was, was de verwachte opbrengst voor de gemeenten meer dan honderd miljoen euro lager.
Stijging in 62 van 65 gemeenten Instortende huizenmarkt of niet: slechts vijf gemeenten in Brabant - Boxmeer, Hilvarenbeek, Halderberge, Woensdrecht en Sint-Michielsgestel - rekenen dit jaar op minder OZB-opbrengst. De andere 62 wethouders van financiën gaan er vanuit dat ze dit jaar meer geld binnenkrijgen dan vorig jaar.
Waar de gemeenten hun optimisme op baseren laat zich makkelijk raden. Ook al dalen de huizenprijzen elk jaar, het percentage dat aan belasting moet worden betaald, stijgt elk jaar. Dit jaar werd al duidelijk dat in de gemeente Gemert-Bakel het OZB-tarief bijna verdubbelde. Dat levert de gemeente naar verwachting 3,5 miljoen euro extra op.
Ook door huizenbouw Maar ook een stad als Den Bosch, een van de weinige steden (pdf) waar het tarief in 2013 niét veranderde, rekent voor 2013 toch op meer geld van huiseigenaren. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de oplevering van nieuwe huizen in de grote nieuwbouwwijk De Groote Wielen. Den Bosch is daarmee een uitzondering. Er zijn niet veel steden in Brabant die zo veel nieuwe huizen bouwen dat ze alleen al daarop meer OZB kunnen innen.
Al met al komt de stijging in heel Brabant neer op gemiddeld zes procent meer dat moet worden betaald voor een huis dat zeven procent minder waard is. Daarmee is Brabant overigens geen uitzondering. Landelijk is exact dezelfde trend te bespeuren: lagere huizenprijzen, maar meer opbrengst.
