Bevers verbouwen de Biesbosch
In 25 jaar tijd hebben bevers de Biesbosch heroverd. De terugkeer van de Brabantse bever gaat zelfs zo gestaag, dat de burchten van de grootste Europese knaagdieren inmiddels reiken tot Waalwijk en Den Bosch.
In 1826 werd de laatste Nederlandse bever gedood. Ruim 150 jaar was er vervolgens in heel het land geen bever meer te bekennen. Totdat de toenmalige - Brabantse - minister Gerrit Braks in 1988 voor het eerst weer een beverstelletje uitzette in de Biesbosch.
Nieuwe natuurNu, precies 25 jaar later, zijn er alweer 200 tot 250 bevers in Brabant. Boswachter Thomas van der Es, met zijn 26 jaar de jongste boswachter van Nederland, waakt in de Biesbosch over de knagers. Van der Es: "Ze gedijen hier prima in de nieuwe natuur. De afgelopen tien jaar hebben we grote stukken landbouwgrond en privé-tuinen teruggegeven aan de natuur. Deze drassige gebieden zijn ideaal voor de bever, want ze kunnen direct uit het water bij hout komen."
Dat hout nemen ze vervolgens mee naar hun burcht, waar het meteen wordt opgegeten óf bewaard als voorraad voor de winter. De bevers zijn groter dan je zou denken. Ze worden meer dan een meter lang en wegen tot 40 kilo. De sporen die ze trekken vanuit het water het land op, zijn dan ook makkelijk te herkennen.
VariatieAls het aan staatsbosbeheer ligt, dan zijn de bevers over nog eens twintig jaar weer door heel Nederland te vinden. Van der Es: "Naast het feit dat het natuurlijk prachtige beesten zijn, vergroten ze ook nog eens op natuurlijke wijze de variatie in het landschap. Met hun fanatieke knaaggedrag vreten ze kleine stukjes natuur kaal, waar vervolgens weer ruimte komt voor nieuwe soorten bomen en planten.