'Minder steun voor Culturele Hoofdstad door keuze voor Eindhoven'
Het naar voren schuiven van Eindhoven als kandidaatstad voor Culturele Hoofdstad heeft ervoor gezorgd dat het plan niet van harte gesteund werd door de Brabanders. Dat schrijft de provincie in een verantwoording over Brabant Culturele Hoofdstad 2018.
De jury koos in september voor Leeuwarden. Een van de argumenten was dat Brabant niet genoeg draagvlak zou hebben van de bevolking. Volgens de evaluatie van de provincie komt dat onder meer doordat Brabant zich niet als regio kandidaat kon stellen.
Na de keuze voor Eindhoven ontstond in andere delen van de provincie het gevoel dat het om een 'Eindhovens feestje' ging. Volgens de provincie heeft het draagvlak in een aantal steden daaronder geleden.
Tevreden De provincie is tevreden over de samenwerking tussen de vijf betrokken steden, Eindhoven, Helmond, Den Bosch, Tilburg en Breda. In het streven naar Culturele Hoofdstad hebben die steden 'de meest vergaande en uitgewerkte samenwerking tot nu toe gerealiseerd', aldus de provincie.
Maar aan de andere kant was die samenwerking ook soms moeilijk. Met name het feit dat het geld dat de steden inbrachten niet vrij besteedbaar was, werd als een 'hindernis' ervaren.
Alle steden droegen tien miljoen euro bij. Wel eisten bijvoorbeeld Den Bosch en Tilburg eisten dat dit geld grotendeels in eigen stad besteed zou worden.
70.000 euro om team samen te stellenVerder schrijft de provincie dat in de richtlijnen van de jury veel nadruk is gelegd op op de organisatie, voldoende geld, en 'het reeds bekend zijn van het team dat de uitvoering gaat doen'. Brabant gaf 70.000 euro uit om zo'n team te werven, maar 'bij de definitieve beoordeling van de drie kandidaten in het juryrapport wordt hieraan geen aandacht besteed', aldus de provincie.
De evaluatie wordt op 22 november door Provinciale Staten besproken.
