“We kregen dekens van de hulpverleningsorganisaties, terwijl het 35 graden was”
De nationale inzamelingsactie Filipijnen leverde maandag een totaalbedrag van ruim 24 miljoen op. De hulpverlening is al op gang gekomen. Maar of alle goederen op de juiste plek terechtkomen en of het ook de juiste goederen zijn, is nog maar de vraag.
Jos Aerts uit Bergeijk, die al veertien jaar op Sri Lanka woont en de tsunami in 2004 meemaakte, heeft de hulpverlening nog op het netvlies staan. “Hulporganisaties hebben standaardpakketten klaar staan. Of de mensen iets met de inhoud kunnen doen of niet. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat de helft van wat er is gestuurd niet op zijn plek is terechtgekomen”, stelt Jos Aerts.
Over enkele voorbeelden hoeft hij niet lang na te denken. “Zo kwamen er pallets met flessen water, terwijl we gewoon leidingwater hadden. Ook zaten er dekens in de pakketten. Op dat moment was het hier 35 graden.”
Blikken perziken, maar geen blikopenerAerts kan er tien jaar later nog wel enigszins om lachen. De hulpverleningsorganisaties hadden zich ook verkeken op de culturele verschillen. “We kregen wc-papier opgestuurd. Daar is niets mee gedaan, want de bewoners maken hier hun achterste met water schoon. Verder zaten er blikken met perziken in de pakketten. Ten eerste kenden ze hier de vruchten niet en waren er geen blikopeners voorhanden.”
Jos Aerts: “Er is absoluut niet over nagedacht waar mensen in rampgebieden behoefte aan hebben. Ik had in 2004 toestemming voor bijvoorbeeld een rolstoel of speciale medicijnen omdat mensen per ongeluk vies water hadden gedronken. Bij het Rode Kruis kreeg ik het niet voor elkaar om goederen en medicijnen te krijgen. Ik adviseer de medewerkers van organisaties om eerst met de mensen ter plaatse te praten. Dan voorkom je dat er nutteloze spullen worden gestuurd.”