Weer fors verlies pomphouders grensstreek: Vader moet zoon ontslaan
Tankstations bij de grens met België en Duitsland hebben vorige maand fors minder brandstof verkocht in vergelijking met een jaar daarvoor. Volgens brancheorganisatie BOVAG gaat het om 35 procent minder diesel en bijna 22 procent minder LPG. Het water staat de pomhouders aan de lippen
Peer Couwenberg van de Texaco in Goirle heeft zelfs zijn zoon moeten ontslaan. Dat zei hij maandagavond in de talkshow Pauw en Witteman. "Vorig jaar heb ik zes man personeel moeten ontslaan en nu heb ik mijn zoon ook weg moeten sturen", vertelt een bijna wanhopige Couwenberg. "Ik heb alleen nog drie studenten in dienst die invallen als ik er een dag niet kan zijn."
Mensen in de grensstreek gaan voor een tankbeurt vaker de grens over omdat het in het buitenland veel goedkoper is. Ook buitenlandse vrachtwagenchauffeurs wachten met tanken totdat ze de grens met onze buurlanden over zijn.
Couwenberg zit met zijn tankstation zes en een halve kilometer van de Belgische grens. En dat is duidelijk te merken aan zijn inkomsten. "Ik denk er nu serieus aan om te stoppen."
VerliesBOVAG onderzocht de cijfers van 501 tankstations, waarvan er 71 in de grensstreek zitten. Hieruit blijkt dat de maand maart voor de pomphouders nog slechter was dan februari. In maart werd 126 miljoen liter minder brandstof getankt in vergelijking met maart vorig jaar. Over het eerste kwartaal is een verlies van ruim negen procent te zien ten opzichte van de eerste drie maanden in 2013.
Tanken over de grens kost de staatskas honderden miljoenen aan accijnsinkomsten. Volgens BOVAG gaat het om 153 miljoen euro, maar daar is het btw-verlies niet bij inbegrepen.
Slechte zaakEuroparlementariër Toine Manders uit Asten pleit voor gelijke BTW-tarieven en accijnzen in de grensstreken. Bij Pauw en Witteman vertelde de politicus het volgende: "Voor een overheid die ondernemerschap promoot is dit een slechte zaak. De pomhouders kunnen hier namelijk niks aan doen. Ze gaan ten onder aan overheidsbeleid."