Polen houden economie in Brabant draaiende, doen werk waarvoor Nederlanders niet te porren zijn

EINDHOVEN - Polen zijn niet meer weg te denken uit Brabant, ze houden de economie in onze provincie draaiende. De ABU, de Algemene Bond Uitzendondernemingen, concludeert dit in een eigen onderzoek.
Vooral bedrijven in Midden-Brabant maken gebruik van arbeidskrachten uit Polen. In deze regio werken ruim zevenduizend mensen uit dit land. Landen als Slowakije, Duitsland, Litouwen, Tsjechië en Hongarije zijn ook goed vertegenwoordigd.

De inbreng is met name merkbaar in sectoren waar weinig of geen Nederlands personeel te vinden is: transport, voedingsindustrie, land- en tuinbouw.

'Onmiskenbare bijdrage'
Volgens de ABU leveren de tijdelijke arbeidskrachten ‘daadwerkelijk een onmiskenbare bijdrage aan de Nederlandse economie’. Ruim twee jaar geleden bleek uit een onderzoek van Omroep Brabant en EenVandaag dat Brabanders de komst van werknemers uit Midden- en Oost-Europa geen aanwinst vinden voor de Nederlandse samenleving.

In slechts twee andere delen van ons land werken meer zogeheten flexmigranten dan in Midden-Brabant. Dat zijn Flevoland en Noord-Holland. In Noordoost-Brabant gaat het om bijna zesduizend arbeiders; in West-Brabant ruim drieduizend.

Het rapport schetst de situatie van 1 juni 2013 tot 1 juni dit jaar. In deze periode werden via leden van de ABU bijna negentigduizend buitenlandse werknemers in ons land aan een baan geholpen. Volgens de ABU zal dit aantal binnen een jaar met 4,3 procent stijgen.

'Negen procent hoger opgeleid'
Het gros van de flexkrachten komt dus uit Polen: 87,4 procent. De meesten zijn tussen de achttien en dertig jaar en werken gemiddeld 42 weken bij hun bedrijf. Negen procent heeft een hbo- of universiteitsopleiding gevolgd.

De buitenlandse arbeidskrachten weten ook goed voor zichzelf te zorgen: ongeveer een derde regelt zijn eigen huisvesting.