Huilende Roy O. verrast met nieuw verhaal over bloedbad Hooge Zwaluwe: 'Wist niets van ripdeal'

BREDA/AMSTERDAM - "Ik zette thee in de keuken, en toen brak de hel los. Er werd gevochten, met meubilair gegooid en er viel een schot. Toen dacht ik maar één ding: wegwezen." Voor het eerst sinds de dubbele moord in Hooge Zwaluwe van oktober vorig jaar heeft een van de verdachten uitgebreid voor de rechter verklaard. Het gaat om Roy O. uit Breda. Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij de fataal afgelopen ripdeal. "Ik zweer het u: ik had geen idee dat dit zo erg uit de hand zou lopen."
Bij het bloedbad in Hooge Zwaluwe vorig jaar werden No Surrender-captain Brian Dalfour en beroepscrimineel Muljaim Nadzak door meerdere kogels doodgeschoten. Justitie gaat ervan uit dat er zeven mannen in het vakantiehuisje waren tijdens de schietpartij: de twee slachtoffers, Roy O. en vier Belgen, van wie er één nog voortvluchtig is.

15 kilo coke voor 390.000 euro
Roy O. trad op als bemiddelaar tussen Nadzak en de Belgische criminele bende. Hij bracht de partijen samen om tot een overeenkomst te komen: 15 kilo cocaïne voor 390.000 euro. "Het is de waarheid dat ik niets hiervan af wist", zei O. vrijdagmiddag huilend in de zwaarbeveiligde rechtbank in Amsterdam. "Ik lijk wel een kleiduif, iedereen om mij heen schiet me lek. Ik hoor allerlei onjuiste scenario's en ik krijg steeds de schuld."

O. wil verklaren om zijn naam te zuiveren. Hij beschrijft dat de sfeer in het vakantiehuisje 'relaxt' was. Er waren geen spanningen tussen beide partijen. "Wel zei Nadzak op een gegeven moment tegen een Belg: 'Ga je nou nog kopen, of kom je alleen weer mijn lading checken?'" Die lading, waarover O. niets wil zeggen, zat verstopt 'in een plastic bloemetjestas van een supermarkt'.

Thee zetten
Maar eerst zou O. iedereen hebben gevraagd wat ze wilden drinken. "Ik ging in de keuken thee zetten voor iedereen. Dat duurde even, omdat er geen schone kopjes waren en er geen vaatmachine was. Opeens hoorde ik heel veel kabaal. Ze waren aan het schreeuwen en met elkaar aan het vechten. Er waren veel pijnlijke kreten te horen, en opeens hoorde ik een schot."

Het schot was voor O. de aanleiding om te vluchten uit het huisje. "Niemand zag mij op dat moment. Ik keek vanuit de keuken naar de voordeur, die ik als mijn laatste redding zag. Ik sprintte ernaartoe, zat met mijn handen aan de klink, toen ik in mijn ooghoek iemand zijn wapen zag trekken. Ik opende de voordeur, en viel naar beneden. Ik was neergeschoten. Door wie, weet ik niet."

Met twee schotwonden strompelde O. naar buiten. Intussen hoorde hij nog meer geschreeuw en schoten. "Ik vluchtte een weiland in en heb daar gewacht tot het veilig was. Het gevoel in mijn benen was weg, ik kon niet meer opstaan. Toen hoorde ik een stem in mijn hoofd. Het was alsof mijn moeder riep dat ik op moest staan, anders zou ik sterven. Met veel moeite stond ik op, en ben ik terug naar het huisje gegaan."

Grote plassen bloed
Eenmaal daar trof O., die 'geen telefoon bij zich had', een bloedbad aan. Er lagen overal grote plassen bloed, en Dalfour en Nadzak lagen levenloos op de grond. "Die blik van Muljaim, die vergeet ik nooit meer. Daar zat gewoon geen leven meer in. Ik zocht in zijn jasje naar sleutels van de auto waarin we samen waren gekomen. Het was vreselijk om aan zijn kleren te zitten terwijl hij dood was."

De wapens, drugs en het geld waren weg, vermoedelijk meegenomen door de Belgen, zegt O. "Maar, daar dacht ik niet aan. Ik dacht alleen maar aan overleven." Eenmaal onderweg naar huis dreigde de Bredanaar zijn bewustzijn te verliezen. "Ik had geen controle over de auto en knalde bijna tegen de vangrail. Van schrik reed ik ook helemaal verkeerd. Pas enige tijd later kwam ik thuis, en heb toen de ambulance gebeld."

Geen nepagenten
De gedetailleerde verklaring van O. staat haaks op het verhaal van de Belgische verdachten. Die zijn volgens de Bredanaar helemaal niet overvallen door nepagenten of door meerdere, onbekende daders. "Ik heb niemand het huisje zien binnengaan. Voor het verhaal van de moord moet je dus bij de Belgen zijn."

Officier Paul Emmen reageerde verrast op de 'volstrekt nieuwe verklaring' van Roy O. "Maar laat u niet door hem voor de gek houden. Al die tijd heeft hij gezwegen, en nu komt hij met deze nieuwe verklaring naar buiten. Speciaal voor de bühne, zo lijkt wel. Als je zijn verhaal kritisch volgt, dan zitten er een hoop haken en ogen aan."

Emmen licht toe: "Zo is O. wel opvallend lang in die keuken geweest. Want voordat het eerste schot viel, werden de Belgen eerst nog met tiewraps vastgemaakt door het Nederlandse kamp. Dat heeft O. zogenaamd allemaal niet meegekregen? Voor mij is het duidelijk: O. heeft Nadzak en Dalfour geholpen bij het bestelen van de Belgen, maar is pas gevlucht toen er geschoten werd. Hij minimaliseert zijn rol."

De verdachten Samir T. en Michel H. verklaarden minder uitgebreid, maar wijzen wel met de vinger naar Roy O. "Hij heeft alles in gang gezet. Ik heb nergens spijt van, maar wel dat ik hem heb vertrouwd", zegt verdachte Michel H. Mohammed L. vult aan: "O. is het brein. Het wordt tijd dat hij zijn verantwoordelijkheid neemt."

O.'s raadsvrouw vroeg de rechtbank om schorsing van de voorlopige hechtenis. Daarover wordt volgende week vrijdag een beslissing genomen. Dan buigt de rechtbank zich ook over de voorlopige hechtenis van de drie verdachte Belgen.