Daling aantal jongeren bedreigt middelbaar onderwijs in Brabant

ROOSENDAAL - Het onderwijs in Brabant loopt gevaar doordat het aantal jongeren daalt. Opheffing dreigt van keuzevakken, profielen of opleidingen omdat die te weinig leerlingen trekken. Dat signaleren schooldirecteuren en krimpdeskundigen.
Het aantal middelbare scholieren daalt in tien jaar tijd van 146.725 naar 127.753. Dat maakt het onderwijs duur, want de klassen worden kleiner. Op onderstaand kaartje is te zien hoe het aantal jongeren dat naar het voortgezet onderwijs gaat de komende jaren toe- of afneemt.


Een docent bijvoorbeeld les laten geven aan drie leerlingen, is te duur. Zo kan een schooldirecteur om economische redenen gedwongen worden een vak te schrappen. Daarbij kan het onder andere gaan om klassieke talen, informatica, Spaans, management & ondernemen.

LEES OOK: ‘Veel grijze koppen op straat’, Brabant krijgt een pubertekort

Zo neemt de keuzemogelijkheid af. En dat zorgt voor een negatieve spiraal. Want als een school weinig kan bieden naast de verplichte vakken, wordt die minder interessant. Dan kiezen vervolgens minder twaalfjarigen voor die opleiding, waardoor het aantal leerlingen weer daalt.

'Beroepsopleidingen onbetaalbaar'
Volgens Leo Niessen, onderwijsdeskundige van het Nationaal Netwerk Bevolkingsdaling, is het gevaar van krimp voor onderwijs groot. “Dure beroepsopleidingen zullen verdwijnen, want onbetaalbaar. Ik ben zelfs bang dat sommige havo/vwo-profielen niet overeind kunnen blijven.”

Hij kan het weten, want was directeur van een scholengemeenschap in zuidoost-Limburg, dat al eerder dan Brabant te maken heeft met de bevolkingsdaling. “Saneren, samenvoegen, sluiten – dat zijn de enige oplossingen. En dat gaat altijd van au: ouders voelen zich overvallen en worden boos.”

Forenzen
Zijn advies: maak het voor scholieren mogelijk om een vak dat niet op hun eigen school gegeven wordt, elders te volgen. “Dan zullen ze op de fiets moeten, of zelfs met de trein. Maar dat is nog altijd beter dan een vak waar je hart sneller van gaat kloppen, niet kunnen volgen.”
Ook moeten scholen volgens Niessen meer samen gaan werken. "Stap over je eigen schaduw heen, in plaats van elkaar te beconcurreren."

Het Roosendaalse Gertrudiscollege ondervindt de daling aan den lijve. “In 2008 hadden we 1500-zoveel leerlingen. Nu zijn het er nog zo’n 1350,” vertelt directeur Marijke van der Meer van de school voor mavo/havo/vwo.

“We hebben dit zien aankomen, natuurlijk. Want het basisonderwijs is ons voorgegaan met de leerlingendaling.” De komende jaren zal het aantal scholieren dat in Roosendaal naar het voortgezet onderwijs nog verder afnemen: “We stevenen af op driekwart van het huidige leerlingenaantal.”

Dat heeft niet met de populariteit van een school te maken of met concurrentie tussen de vier scholen in die plaats. ‘Er komen in onze omgeving simpelweg steeds minder jongeren in de leeftijd twaalf tot achttien jaar.”

Van drie naar twee scholen
Met de twee andere scholen die onder scholengemeenschap Tongerlo vallen, heeft ze een toekomstplan bedacht. Ze gaan met ingang van volgend schooljaar terug van drie naar twee havo/vwo’s, zodat de klassen groter worden.

Van der Meer: ”Zo kunnen we veel keuzevakken in stand houden.“ Voor docenten leidt dat ertoe, dat ze tussen de vestigingen op en neer moeten fietsen. Maar dat is beter dan ontslagen worden. En ze hebben dan collega’s met wie ze kunnen overleggen en de buitenschoolse activiteiten organiseren.”
Op haar eigen school heeft ze inmiddels ook al maatregelen genomen. Een voorbeeld:  “Tijdens de praktijklessen beeldvorming zitten klas 4 en 5 samen; dat scheelt weer docent-uren.”

Leerlingen vinden het een prima oplossing. Er is soms wat overlast doordat tijdens de uitleg de ene groep op de andere moet wachten, maar het heeft ook voordelen, meent een van de leerlingen van 4VWO: "De vijfde heeft bepaalde stof al gehad en dan kan jij dat overnemen. Dus dan kan je van elkaar leren."

Deel dit artikel: