Jongeren willen niet meer meebouwen aan carnavalswagens, feestvieren willen ze wel

DEN BOSCH - Wel de lusten, maar niet de lasten. Brabantse jongeren vieren graag carnaval, maar meehelpen met de bouw van een carnavalswagen doen ze minder en minder. Al een paar dagen wordt er in carnavalskringen druk gepraat over het nieuws dat jongere generaties geen trek meer hebben om mee te helpen met de bouw van een praalwagen. Een ontwikkeling die ook in Den Bosch speelt. Ook in Oeteldonk laten jongeren het massaal afweten en blijven ze ver uit de buurt van de bouwhal.

De 70-jarige Theo van Hoek, die dagelijks aan het bouwen is in de Oeteldonkse bouwloods, is somber over de toekomst van de optocht. “Het kan zomaar zijn dat er op de langere termijn nog maar een paar wagens overblijven.”

Van Hoek heeft het dan over de Oeteldonkse optocht, die op carnavalsmaandag door de stad trekt. Ook Jan Voets van bouwclub Tierelantijnen ziet de jeugd wegblijven. “Het is echt zorgelijk. Vooral een groepje ouderen is aan het bouwen, mensen die al lang met pensioen zijn. Als daar iemand van wegvalt, wordt de spoeling wel erg dun.”

De smartphone
Het wegblijven van de jeugd uit de bouwhal is een proces dat al zo’n tien jaar bezig is. Jaar in, jaar uit zien de oudere bouwers minder en minder jongeren naar de bouwhal komen. De schuld wordt vooral gelegd bij het mobieltje. “Ze hebben internet, ze gamen en ze zijn met heel andere dingen bezig dan wij vroeger”, zegt Marcel Ankoné van bouwclub De Vrolijke Druiven. “Ze hebben veel meer keuzemogelijkheden. Ik vind het wel jammer hoor, steeds minder jeugd in de hal.”

Daven doet het wel
Uitzonderingen zijn er altijd en zullen er altijd blijven. Bij de Vrolijke Druiven hebben ze wel een jonkie die meehelpt en nog fanatiek ook. Het gaat om de 12-jarige Daven Chambon. “Mijn vrienden, nou … die vinden het helemaal niks dat ik hier meehelp. Ze vragen continue of ik met ze mee ga en wil stoppen met het meebouwen van die rare wagens.” Maar Daven is een volhouder. Hij vindt het leuk om mee te bouwen aan een wagen, omdat hij die dan later terugziet in de optocht.

Code Oranje
In een uitzending op Radio1 over dit onderwerp zei cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers het ernstig te noemen dat jongeren afhaken. “"Het is code oranje", aldus de cultuurhistoricus. "Jongeren hebben geen zin meer om zich voor zo’n lange tijd aan iets te verbinden." Rooijakkers duidt dan op het vaak maandenlange bouwproces van een wagen en het carnavalsseizoen, dat al op de elfde van de elfde van start gaat.