Marianne Vos brak haar sleutelbeen, maar zit ruim een week later alweer op de fiets
Marianne Vos brak ruim een week geleden haar sleutelbeen tijdens Luik-Bastenaken-Luik. Ze zit inmiddels weer voorzichtig op de fiets en kijkt vol vertrouwen uit naar haar rentree en de rest van het seizoen.
Een week geleden de sleutelbeenbreuk, hoe gaat het nu?
"Goed, ik kan hem weer een klein beetje bewegen. Ik ben blij dat ik weer mobiel ben. Ik kan ook alweer voorzichtig buiten fietsen. Het bot moet nog wel helen, daar moet je de tijd voor nemen. Daar staat nu eenmaal vier tot zes weken voor. Maar voor mijn gevoel gaat het heel goed, ik heb er momenteel weinig last van."
Tekst gaat verder onder de video.
Wat verwacht je nog van de rest van het seizoen?
"Ik mis de komende weekenden de koersen. Maar ik had vanaf half mei tot begin juni al een trainingskamp staan. Dat kan doorgaan en daarna kan ik de koersen weer aanvangen."
"Er komen nog een paar mooie etappekoersen aan. Het NK is eind juni. In het Brabantse, het is heel leuk om daar een piekmoment van te maken. Ik hoop daar goed in orde te zijn. Dan is er de Giro. En in augustus is het Europees kampioenschap waar ik de titel mag verdedigen. Er zijn nog hele mooie doelen om naar toe te werken.”
Tekst gaat verder onder de video.
En krijgen we nog een juichende en dus winnende Marianne Vos te zien dit jaar?
"Dat is wel de bedoeling. Maar winnen komt niet op bestelling, vorm ook niet. Ik denk niet dat ik met deze valpartij dusdanig veel averij oploop dat het hele seizoen om zeep is. Ik heb vertrouwen dat ik de training weer goed op kan pakken. En dan kan de tweede seizoenshelft nog heel mooi zijn."
De concurrentie is wel enorm toegenomen. Een aantal jaar geleden won je bijna alles, dat is nu wel anders. Is dat lastig?
“Een aantal jaar geleden was er ook concurrentie. Misschien wel iets minder en ik was zelf van continu hoog niveau. Daar ben ik weer naar toe aan het groeien. Het is wel jammer dat je dan weer zo’n onderbreking hebt, maar dat is een risico van het vak.”
“Het is mooi om te zien hoe de sport in de afgelopen tien tot vijftien jaar is gegroeid. Het niveau bij het vrouwenwielrennen is zo ontzettend hoog. Andere landen hebben moeite om daar tegenop te boksen. Het is heel mooi als je ziet dat al die meiden zo’n hoog niveau halen, dat je elkaar ook naar een hoger niveau brengt. Ik moet ook mee. Het is zaak om mijn niveau te halen.”
