Automobilist die fietser doodreed ontoerekeningsvatbaar, maar is hij ook schuldig aan doodslag?

DEN BOSCH - Een automobilist reed in april volgens omstanders 'in volle vaart' op een fietsstraat in Eindhoven. Hij raakte daarbij een 77-jarige fietser, die later overleed aan zijn verwondingen. De bestuurder maakte een verwarde indruk en reageerde agressief tegenover hulpdiensten en omstanders. De rechtbank in Den Bosch behandelde deze zaak vrijdag inhoudelijk.

Op het moment van de aanrijding waren veel fietsers en voetgangers in de buurt van de Rielsedijk. Een hardlopende mevrouw hoorde een versnellende auto, alsof er gas werd bijgegeven. Zij keek in de richting van het geluid en hoorde een klap. Ze zag de fietser en zijn fiets door de lucht vliegen en hoorde daarna piepende banden.

LEES OOK: Man (77) overleden na aanrijding op fietsstraat in Eindhoven

De 23-jarige bestuurder van de BMW vertelde de agenten dat hij wiet had gerookt. Bij bloedonderzoek werd zoveel cannabis aangetroffen dat volgens het Nederlands Forensisch Instituut de rijvaardigheid negatief werd beïnvloed. 

Vertrouwelijke gesprekken
Wegens de verwarde toestand van de man, waarschuwde de politie de GGZ. Terwijl de medewerkers met de Eindhovenaar in gesprek gingen, vingen politieagenten het gesprek op. In dat gesprek vertelde de verdachte dat hij een waanbeeld had, dat het slachtoffer zijn nichtje wilde verkrachten. In plaats van rechtsaf te slaan om sigaretten te halen, reed hij rechtdoor achter de fietser aan. 

Door de vertrouwelijke functie van de medewerkers hadden de politieagenten die uitspraken niet in het proces-verbaal mogen vermelden, volgens advocaat Van der Meijden. Het mag daarom volgens haar ook niet mee worden genomen als bewijs. 

Psychische problemen
De vraag of wat de verdachte verweten wordt kan worden toegerekend, vanwege de psychische toestand van de verdachte, is het grootste discussiepunt in deze rechtszitting. 

Een psycholoog en psychiater verklaren beiden in hun rapport dat het gedrag van de verdachte volledig werd bepaald door zijn schizofrene stoornis. De psychose overstemde op het moment van de aanrijding, en de bestuurder kon geen onderscheid maken tussen werkelijkheid en paranoïde beelden. Volgens de deskundigen is het risico op herhaling groot omdat het ziektebesef ontbreekt. TBS met dwangbehandeling is volgens hen de beste optie. 

Psychisch ziekenhuis
Volgens advocaat Van der Meijden hadden de agenten aan moeten geven dat zij meeluisterden. Als zij het gesprek niet in het proces-verbaal op hadden genomen, was de bestuurder enkel verdacht voor het overtreden van de wegen en verkeerswet, en niet voor doodslag.

Ze is teleurgesteld in het aanvullend onderzoek van de psycholoog en psychiater, en stelt dat het beter met de verdachte gaat sinds hij medicatie slikt. De verdediging staat niet achter TBS met dwangbehandeling, maar wel achter de opname in een psychisch ziekenhuis. Ze benadrukt daarbij dat haar cliënt nooit eerder in aanraking is geweest met justitie. 

Genoeg bewijs
Officier van justitie Revis blijft bij zijn standpunt dat de uitspraken van de verdachte tegen de medewerkers van de GGZ in het proces-verbaal thuishoren. Een politieagent is volgens hem altijd in functie, en heeft dus de plicht om het op te schrijven in het proces-verbaal. 

Volgens hem is er genoeg bewijs dat de bestuurder met opzet de fietser heeft overreden. Wat wettelijk en overtuigend bewijs is voor doodslag. Hij gaf aan onder de indruk te zijn op te manier waarop de nabestaanden omgingen met het verlies van hun man en vader: "Er is begrip voor de ontoerekeningsvatbaarheid, voor geen straf. Maar dit moet niet nog eens kunnen gebeuren." 

Spijt
De verdachte gaf geen antwoord op vragen van de voorzitter en beriep zich telkens op zijn zwijgrecht. Volgens zijn advocaat heeft dat een reden: "Hij doet dat niet door onwil, maar uit onmacht door zijn psychische gesteldheid".

De Eindhovenaar sprak aan het einde van de zitting wel een kort slotwoord waarin hij zijn medeleven betuigde: "Ik realiseer me dat ik deze medicijnen moet blijven gebruiken en dat ik deze behandeling nodig heb. Ik wens de nabestaanden veel sterkte." 

De rechtbank doet 26 oktober uitspraak.

 

Deel dit artikel: