Stuifmail zondag 3 februari: weefsel eikenprocessierupsen, knikkergal, Winkelsven en bladpootwants

OISTERWIJK - Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur op de radio. Luisteraars kunnen vragen insturen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Deze zondag besteedt Frans aandacht aan het weefsel van een nest eikenprocessierupsen, een knikkergal, het Winkelsven, de bladpootwants en een blauwe reiger die op karpers jaagt.

Weefsel nest eikenprocessierupsen
Op de foto van Just Lien zie je op een stam een soort zakje hangen. Als je goed kijkt, lijkt het of er dode rupsjes in zitten. Mijn eerste reactie is: afblijven. Want wat je ziet, is weefsel van eikenprocessierupsen. In de periode dat de eikenprocessierupsen actief zijn, verschuilen ze zich overdag in dit door henzelf gesponnen weefsel. Dit doen ze om beschutting te hebben tegen eventuele rovers. In de avond en nacht verlaten ze het weefsel en gaan ze van daaruit in processie naar de top van de bomen om eikenblaadjes te eten. Nadat de rupsen verschillende vervellingen hebben gehad, verpoppen ze en dan worden ze vlinder. Wat rest, is het weefsel op de boom met de vervellingen, waarbij de brandhaartjes ook nog aanwezig zijn. Vandaar: afblijven. Want als je eraan komt, kunnen die haartjes nog actief zijn.

Knikkergal. (Foto: Esther Hanko)

Knikkergal
Op de foto die ik kreeg van Esther Hanko zie je een bol op een takje. Als je een beetje bomenkennis hebt, zie je dat dit takje een takje is van een eik en dan heet de bol knikkergal. Wel een bijzondere knikkergal, want deze heeft meerdere gaatjes terwijl je bij de meeste knikkergallen één gaatje ziet. Knikkergallen zijn geen galappels, want galappels zitten aan de onderzijde van een eikenblad en zijn zacht. Knikkergallen zijn hard en zitten op de bladoksels van jonge eiken. Een knikkergal ontstaat doordat een knikkergalwesp haar eitjes legt in de bladoksels van eikenbomen. Die bomen worden daardoor geprikkeld en vormen zo knikkergallen. In het begin is zo’n knikkergal groen, maar richting het eind van de zomer worden deze gallen bruin en krijgen ze een dikke, harde wand. In principe zit in een knikkergal een larve van de knikkergalwesp, maar ook hier bevestigt de uitzondering de regel. Tegen het eind van de zomer - eind augustus, begin september - boort de jonge knikkergalwesp een gaatje in de knikkergal en trekt zo de wijde wereld in. Daarna blijven over het algemeen de knikkergallen aan de eikenbomen zitten. Je komt ze dus enkel tegen op eiken, zowel op de zomer- als op wintereik.

Het Winkelsven.

Winkelsven
Helaas zijn de vennen nog niet helemaal hersteld. Ik ga regelmatig kijken bij de Oisterwijkse vennen en zie daar nog steeds eilandjes liggen die voorheen niet te zien waren. Er zijn nog steeds langere oevers zichtbaar, maar er is ook heel veel water nodig. 

In oktober 2018 stond boven een persbericht: 'Vennen staan droog, de bodem is keihard: natuurgebieden snakken naar water'. In het persbericht was te lezen dat 'na een lange periode van droogte en hitte en een periode van 'gewoon' nazomerweer, de zomer weer even terug was. Toen sneuvelden verschillende dagrecords en werd het her en der 27 graden. "Nog nooit is het zo laat in oktober zo warm geweest." 

Daarna is er niet veel regen meer gevallen. Daarom hebben waterschappen toen al de beken van extra water voorzien, door grondwater op te pompen en die in de beken te laten. Helaas gaat dit bij de vennen niet. Natuurlijk kun je wel zien dat de situatie iets verbeterd is, maar de vennen zijn nog lang niet op hun oude peil.

Een bladpootwants. (Foto: Kees Kapteijns)

Bladpootwants  
Op de foto die Kees Kapteijns mailde, zie je een lang, bruin insect zitten. Kees denkt dat het een kever is, maar dat is het niet. We hebben hier te maken de inmiddels beroemd geworden bladpootwants. Bladpootwantsen horen oorspronkelijk thuis in Amerika, maar sinds 2007 worden ze ook hier in Nederland steeds vaker gezien. Waar veel dennenbomen staan, zie je dit insect meer en meer. Bladpootwantsen leven namelijk van de sappen van dennenkegels. Die zuigen zij op met hun snuit, die er helemaal op is ingesteld plantensap op te zuigen. Deze wantsen komen graag in huizen. In het najaar zoeken de volwassen insecten een plek om te overwinteren. In Noord-Amerika, waar ze oorspronkelijk vandaan komen, staan ze dan ook bekend als pestsoort. Grote aantallen komen daar voor in huizen. In principe doen bladpootwantsen niets, maar ze blijven niet in hun schuilplaats zitten zoals lieveheersbeestjes. Die overwinteren ook vaak met vele honderden in huizen.

Blauwe reiger jaagt op karpers
Jozef van der Heijden maakte een film van een blauwe reiger die jaagt op kleine karpers. Op het Reuselse Beleven zitten duizenden giebels, een karpersoort.

De giebel karper (Carassius gibelio) is de oorspronkelijke goudvis. De soort komt oorspronkelijk uit Azië, maar leeft als exoot ook in het zoete water van onder andere de Benelux. De giebel karper wordt ook wel "wilde goudvis" of "witte goudvis" genoemd. Inmiddels wordt de giebel algemeen als een aparte soort gezien met de wetenschappelijke naam Carassius gibelio. Giebels worden maximaal ongeveer 45 centimeter lang.

Dood doet leven
Dode dieren zijn onmisbaar in de natuur. Het is eten en gegeten worden. ARK Natuurontwikkeling, Staatsbosbeheer en BuitenGewoon geven je een uniek kijkje in deze oneindige cyclus van leven en dood. Voor het eerst kunnen we via de 'KadaverCam-livestream' kijken naar een dode ree en vooral naar de dieren die daar op af komen.

Download hier het gratis PDF-bestand met de ‘lijkenpikkers’ van ARK Natuurontwikkeling. Welke dieren kun jij afstrepen? Meer weten? Bezoek dan de website van Dooddoetleven  of die van BuitenGewoon

Bevriezen vogelpoten?
Vogelpootjes zijn klein, dun en bloot. Die bevriezen met al die nachtvorst zou je denken, want onze tenen redden het vaak niet zonder bescherming. Maar vogelpoten bevriezen níet.

Natuurtip

Zondag 10 februari wordt van kwart voor elf 's ochtends tot halfeen 's middags een wandeling 'in en om' de kerk Snt Jans Onthoofding in Liempde georganiseerd. Deze wordt verzorgd door Erfgoedvereniging Kèk Liemt. Gids Arnold van den Broek neemt geïnteresseerden mee op excursie en licht de bijzondere aspecten van de kerk en de begraafplaats toe.

Het zal de deelnemers verbazen hoeveel moois de Liempdse parochiekerk te bieden heeft. Niet alleen de fraaie glas-in-loodramen van het beroemde Roermondse glasatelier Joep Nicolas die in de periode 1902–1908 in de kerk zijn geplaatst, maar ook de verborgen eerste steen van de bouw van de kerk heeft een verhaal. 

De kosten voor deelname bedragen vijf euro per persoon. Leden van Erfgoedvereniging Kèk Liemt betalen twee euro. Dit is inclusief een kopje koffie of thee na afloop.

Er wordt vertrokken vanaf bezoekerscentrum D’n Liempdsen Herd aan de Barrierweg 4 in Liempde.

Aanmelden kan via D'n Liempdsen Herd of door te mailen naar Arnold van den Broek.