IJshockey fluiten is ook topsport: 'Zonder steun van mijn ouders en vriendin is dit niet te doen'

TILBURG - Buiten vallen de mussen van het dak tijdens een van de warmste lentes ooit, maar binnen geeft de thermometer 14 graden aan. Binnen is in dit geval het ijssportcentrum in Tilburg en het trainingsveld van Joep Leermakers. De ijshockeyscheidsrechter uit Tilburg werkt keihard om fit te worden, te zijn en te blijven voor het wereldkampioenschap in Slowakije dat start op 10 mei.

"Echt leuk, zo'n waterzak." Joep kan nog grapjes maken ondanks het feit dat hij staat te hijgen en het zweet vanonder zijn helm druipt. Hij heeft van zijn personal trainer Vincent een speciale trainingszak met water erin op zijn rug gekregen.

Op het ijs vormt een rij pionnen een scherpe bocht en de scheids moet er zo snel en strak mogelijk langs schaatsen. "Ik ben een paar maanden geleden met deze individuele begeleiding gestart. Het maakt me sterker en sneller."

En dat is nodig. Want een ijshockeyscheidsrechter moet bijna leven als een topsporter. "Zonder de steun van thuis, mijn ouders en mijn vriendin, is dit niet te doen." Joep heeft een fulltimebaan, fluit elke week een paar wedstrijden in de hoogste Duitse Liga en rijdt daarvoor zo'n 40.000 kilometer in het seizoen.

Het begon toen hij 17 jaar was. Hij wilde eigenlijk een scheidsrechterscursus volgen voor het voetbal maar dat liet te lang op zich wachten. Via een collega van zijn moeder belandde hij op het ijs. "Uiteindelijk heb ik een wedstrijdje gefloten. Dat vond ik leuk. Het moeilijkste kwam daarna. Dat was de boodschap aan mijn vader dat ik stopte met voetballen om scheidsrechter te worden bij het ijshockey."

Respect en broederschap
Joep houdt van het spel en de snelheid, van het feit dat ijshockey een contactsport is. "Er kan op het ijs wel een keer geknokt worden, maar na de wedstrijd staan de mannen een biertje te drinken met elkaar. Er is veel respect onderling, een sfeer van broederschap."

Ook de scheids krijgt respect, maar de ijshockeywereld is nog niet echt gewend aan een Nederlandse referee op topniveau. "De grote jongens reageren nog wel eens verbaasd 'kennen ze in Nederland ijshockey?', maar aan de andere kant respecteren ze je daardoor juist meer."

Tekst gaat verder onder video

 

'Zo'n WK is een groot feest'
Het wordt niet het eerste wereldkampioenschap voor Joep, maar ook Slowakije wordt een ervaring die niemand hem nog kan afpakken. "Het is voor mij het mooiste wat ik mee kan maken, naast de Olympische Spelen dan. De beleving van zo'n evenement, duizenden mensen die daar naartoe komen, allemaal door elkaar op de tribunes zitten en er een groot feest van maken."

Dat feest wil Joep dus niet missen maar zijn lijf lijkt toch te protesteren. "Een paar weken geleden kreeg ik een puck op mijn been en liep daardoor een scheurtje op in mijn kuitbeen. Heel eigenwijs, heb ik daarna flink wat pijnstillers gepakt en toch een wedstrijd gefloten. Toen heb ik ook nog eens mijn meniscus ingescheurd. En vorige week ben ik vol aangereden van achteren, dat kan wel eens gebeuren in een wedstrijd." Resultaat: een heel dikke knie.

'Laten zien dat Nederland meetelt'
Was dat allemaal wel zo verstandig? Dat misschien niet, maar net als een topsporter die wil spelen, wil Joep fluiten. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. "Uiteindelijk wil je continue dat ijs op. En die knie gaat het gewoon redden. Dat moet gewoon. Ik wil laten zien waarom ik op dit niveau thuishoor en dat Nederland in het ijshockey wel degelijk meetelt. Het is een kwestie van prestige, ik móét daarbij zijn. "